BedrijvengidsOok ROC-light opleidingen en verzekeringen! Zoek bedrijf

Drie jaar DARPAS: veel bereikt, maar illegaal vliegen baart drone-sector zorgen

DARPAS-voorzitter Rob van Nieuwland

DARPAS-voorzitter Rob van Nieuwland

Het is precies 3 jaar geleden dat de Dutch Association for Remotely Piloted Aircraft Systems, afgekort DARPAS, werd opgericht. DARPAS is in die jaren uitgegroeid tot dé branchevereniging voor professionele gebruikers van drones in Nederland. Dronewatch vroeg voorzitter Rob van Nieuwland om terug te blikken op de afgelopen jaren, en te vertellen over de toekomstplannen.

Wat was de aanleiding om te beginnen met DARPAS? Wie waren de initiatiefnemers? 

“In mei 2012 vond in Eindhoven het UAS Event plaats. Dat was een groot succes, met veel bezoekers en aandacht van de media. We merkten dat er al behoorlijk wat bedrijven actief waren op dit gebied, en hoorden dat veel partijen worstelden met dezelfde vraagstukken. Op diezelfde beurs merkte de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tijdens een presentatie over de voorgenomen regelgeving op dat zij geen gesprekspartner hadden die de branche vertegenwoordigt.

Voor Robert Verbeek en ondergetekende was dat aanleiding om zowel voor de branche als voor ons eigen werk meer structuur aan te brengen in de mêlee aan bedrijven en partijen die met RPAS actief waren. Uiteindelijk is met zo’n 15 founding fathers besloten om een vereniging op te richten. De akte van oprichting van DARPAS is op 22 november 2012 getekend.”

DARPAS-logo

Wat heeft DARPAS in die eerste 3 jaar bereikt?

“Allereerst zijn we aan de slag gegaan om allerlei zaken op te zetten: administratie, een website en een intern forum. Daarnaast het verzamelen van informatie en het ontsluiten daarvan naar de leden. We organiseren drie ledenvergaderingen per jaar, waarin we allerlei actuele zaken behandelen en terugkoppeling geven van waar het bestuur mee bezig is geweest.

Daarnaast was het belangrijk om een plek te krijgen in de verschillende luchtvaartoverleggen. Daarin konden wij de andere luchtruimgebruikers (LVNL, VNV, KNVvL, ANWB-heli’s, politie-heli’s) direct informeren over zaken die bij ons speelden, en andersom. Dit was van belang voor de acceptatie van “the new kid on the block”. Dankzij onze inbreng zijn heel wat ongenuanceerde verhalen over RPAS uit de wereld geholpen.

Nu de overheid één aanspreekpunt had, konden we ook gaan werken aan de door velen als moeilijk te doorgronden aangemerkte wetten en regels. Er was net een ontheffingssysteem ingesteld, gebaseerd op een bulletin van het ILT. Door veel met ILT te overleggen zijn er steeds weer aanpassingen doorgevoerd. Een belangrijke taak bleek daarnaast het steeds weer uitleggen van de regels aan allerlei partijen die daar om vroegen: denk aan (potentiële) leden, publiek, pers, andere luchtruimgebruikers, en de politiek.

Al snel bleek dat het aanvragen van een TUG, toestemming van de provincie om met een vliegtuig buiten een vliegveld te mogen opstijgen, een vervelende stap te zijn in het proces om legaal te mogen vliegen. We hebben er middels bewustwording bij de provincies en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor gezorgd dat die hindernis uit de regelgeving geschrapt is. Verder konden we, op basis van feedback van bedrijven die het proces doorliepen, het aanvraagtraject om te komen tot een bedrijfsontheffing bijslijpen.

Nu dat we structureel met overheid en stakeholders aan tafel zitten, kunnen we in verschillende overleggen over veiligheid, communicatie en het doorontwikkelen van de regelgeving onze mening ventileren. Zo zijn door onze inbreng de eisen aan de medische keuring verlaagd en kunnen bijvoorbeeld ook diabetici vliegen met drones. En dankzij ons lidmaatschap van UVS-International kunnen we bovendien ook in Europees verband onze stem laten horen.

Daarnaast is het de afgelopen tijd ook heel belangrijk gebleken dat de verschillende bedrijven elkaar wat beter hebben leren kennen. Je ziet hier en daar al flink wat samenwerking ontstaan, wat ook weer goed is voor de sector. Daarnaast hebben we verschillende bedrijfstakken die interesse toonden in drones kunnen informeren over de (on-)mogelijkheden, door deel te nemen aan uiteenlopende symposia en beurzen. Ook is er veel geïnvesteerd in het contact met grote potentiële gebruikers zoals Rijkswaterstaat, o.a. door veel informatie over de sector aan te reiken. Het gezamenlijk neerzetten van de summer school “Drones en zo” in het Fort Hoek van Holland afgelopen zomer is daar een mooi voorbeeld van.

Recentelijk hebben we ook een collectieve verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor de leden kunnen regelen, waarbij ze door de korting een flink deel van het lidmaatschapsgeld kunnen terugverdienen.”

Summer School 'Drones En Zo'. Foto: DARPAS

Summer School ‘Drones En Zo’. Foto: DARPAS

Hoeveel leden telt DARPAS nu? Welke sectoren zijn met name vertegenwoordigd?

“DARPAS heeft nu 63 leden. Een jaar geleden waren dit er bijna 80. Maar je ziet dat er toch heel wat partijen zijn die niet ongeschonden door het proces van het behalen van een bedrijfsontheffing heenkomen en dan afhaken. Ook zijn er verschillende leden failliet gegaan. Zonder veel aan werving te doen zien we gelukkig ook steeds weer nieuwe aanmeldingen.

In eerste instantie zagen we veel bedrijven uit de foto- en filmsector lid worden. Maar er zaten ook geodetische bedrijven bij de founding fathers. De laatste tijd worden veel bedrijven lid die zich bezig houden met inspecties van infrastructuur, en een enkeling richt zich op precisielandbouw. We hebben ook een lid die bezig is energie op te wekken met behulp van een tethered onbemand zweefvliegtuig, en dan is er nog een lid die robotvogels ontwikkelt. Die kunnen vogels die voor overlast zorgen wegjagen.”

Hoe ziet komend jaar eruit voor DARPAS? Wat staat er komend jaar hoog op de agenda?

“Op dit moment zijn er drie dingen die veel van onze tijd vergen. Allereerst is er de grote irritatie bij de leden over het illegaal bedrijfsmatig vliegen met drones. Legaal vliegende bedrijven hebben veel geïnvesteerd om te mogen vliegen. Je hebt het tegenwoordig over een kleine 15.000 euro om alle opleidingen, keuringen en inschrijvingen te doorlopen. Vervolgens moet je je houden aan allerlei beperkingen, zoals CTRs rond civiele vliegvelden, afstanden tot objecten, mensenmenigten, etc. Hierdoor moeten veel van onze leden “nee” verkopen bij bepaalde klantvragen.

Vaak krijgen die opdrachtgevers bij een ander, niet bevoegd bedrijf de opdracht alsnog uitgevoerd. Dit is niet alleen een overtreding van de luchtvaartwet, wij vinden dit ook een economisch delict. We proberen opdrachtgevers dan ook duidelijk te maken dat ze de plicht hebben om na te gaan of de partij die de opdracht krijgt wel de juiste papieren heeft om professioneel met drones te mogen vliegen. Bijvoorbeeld door op de ledenpagina van onze website te kijken. Doen ze dat niet, dan lopen ze bij een incident of ongeluk het risico dat ze voor de gevolgen aansprakelijk worden gesteld omdat in zo’n geval de illegale vlieger niet is verzekerd.

Verder vinden wij dat, nu het wettelijk is toegestaan om in de buitenste ring van de CTRs van civiele vliegvelden tot een maximale hoogte van 45m te mogen vliegen, dat ook waargemaakt moet worden. We vinden dat bedrijven die hebben geïnvesteerd in opleidingen en luchtwaardige toestellen, op meer locaties moeten kunnen vliegen dan zij die dat niet hebben gedaan. Daarover spreken we met de overheid.

Als laatste punt is het belangrijk te weten dat alle nieuwe regels, dus ook die voor de mini-drones, voornamelijk door op Europees niveau (lees: EASA) zullen worden bepaald. Ook het met drones verder vliegen dan de nu toegestane 500 meter, zal volledig door Europa worden bepaald. Vandaar onze contacten met UVSi.”

Wat zijn als belangengroep in deze sector de grootste uitdagingen, de komende jaren?

“Naast bovenstaande is het verkleinen van het aantal illegale commerciële vluchten en het vergroten van de inzetbaarheid van bedrijven die beschikken over een ROC (RPAS Operator Certificate) of ontheffing leidend. Potentiële opdrachtgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Wat we zelf kunnen doen is meer met die opdrachtgevers in contact komen, en hen laten zien wat de (on-)mogelijkheden zijn, gegeven de huidige regelgeving. Ook zal, wat steeds meer gebeurt, de overheid en uiteindelijk de politie toezicht moeten houden.

De Europese ontwikkelingen komen ook dichterbij. Zeker ook omdat Nederland het eerste halfjaar van 2016 voorzitter is van de Europese Unie en dus een prominentere rol wil spelen in dit dossier.”

4 Comments

Leave a Reply

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.