BedrijvengidsOok ROC-light opleidingen en verzekeringen! Zoek bedrijf

“Nederlandse drone-industrie vecht met handboeien om”

drones-aan-de-ketting

Er is veel mogelijk met drones, maar de regelgeving staat snelle innovatie in de weg. Dat stelde Tjerk Gorter van het Dutch Drone Platform tijdens de conferentie “Drones in het publieke domein” die op 7 december door Rijkswaterstaat werd georganiseerd. Volgens Gorter is er daarom een andere mindset en een gezamenlijke aanpak nodig. Mark Frequin, directeur-generaal Bereikbaarheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu herkent zich in die uitspraak en werkt daarom onder andere aan een actieagenda drones.

Actieagenda drones
Toen het ministerie van I&M een paar jaar geleden voor het eerst met drones te maken kreeg, betrof het vooral klachten uit de sector. Frequin: “Initiatieven werden gefrustreerd en professionals kregen te maken met onwerkbare regelgeving. En dat terwijl ik allerlei nuttige toepassingen van drones zag, zoals inspecties van vliegtuigen met behulp van drones. En ook heeft Rijkswaterstaat veel belang bij drones, denk aan inspecties van dijken, bruggen, viaducten en sluizen.”

Om ervoor te zorgen dat er meer ruimte komt voor de toepassing van drones is het ministerie daarom aan de slag gegaan met nieuwe regelgeving en een betere samenwerking met de sector. “Het streven is om gezamenlijk op te trekken, en dit heeft al geresulteerd in een actieagenda drones, die ook naar de Tweede Kamer is gestuurd. We willen nu echt werk maken van testlocaties en regelgeving die mogelijk maakt in plaats van belemmert.”

mark-frequin

Testlocaties en soepeler regelgeving
Het belang van testlocaties en soepeler regelgeving werd onderstreept door Tjerk Gorter, voorzitter van het Dutch Drone Platform. “Op dit moment is Nederland op België na het meest restrictieve land in Europa als het om drones gaat. De Nederlandse drone-industrie vecht met handboeien om. Wat we nu nodig hebben is teamwork en tempo. Want partijen als DJI, Nokia en Deutsche Telekom wachten echt niet op ons. Daarom moeten we nu de krachten bundelen.”

Volgens Gorter moet er onder meer werk gemaakt worden van de testlocaties voor drones, zoals Twente, Woensdrecht en Valkenburg. “Testen is een onderdeel van het bredere innovatieproces. Als je aan het innoveren bent, moet je snel dingen kunnen testen, om daarna weer direct naar de tekentafel te gaan. Dat vereist wel dat de testprocessen geprofessionaliseerd worden, en dat zowel I&M als de ILT betrokken worden bij het inrichten van die processen. Ook moeten we bedrijven aan boord trekken, zoals bijvoorbeeld Nokia, met wie we onlangs een samenwerkingsovereenkomst hebben getekend.”

drone-testlocatie

‘I have a drone’
Toepassingen zoals microlandbouw, inspecties, brandbestrijding en search&rescue zijn nog maar het begin, stelde DARPAS-voorzitter Rob van Nieuwland. In zijn presentatie met als titel ‘I have a drone’ liet hij een video zien van een aantal drones die mensen kunnen vervoeren. “We gaan toe naar onbemande vrachtluchtvaart en naar bemande drones. Daar moeten we nu al over nadenken.”

Op dit moment kost het volgens Van Nieuwland nog altijd teveel tijd en geld om volledig gecertificeerd te worden, terwijl het verschil ten aanzien van het nieuwe ROC-light eigenlijk te klein is om die investeringen te rechtvaardigen. “Verder zijn veel ROC-houders gefrustreerd over het feit dat er nog altijd niet in CTRs gevlogen kan worden en dat de luchtvaartautoriteit traag reageert op verzoeken. Ook heeft men veel last van ‘illegale professionals’, die zonder de juiste papieren hun diensten aanbieden.”

Ook Van Nieuwland vindt dat de regelgeving soepeler moet worden. “Denk daarbij aan mogelijkheden om boven bebouwing, havens en industrie te vliegen, of aan operaties waarbij er buiten het zicht wordt gevlogen. Dat hopen we als DARPAS te realiseren in samenwerking met partijen als het ministerie, het Dutch Drone Platform, en de Europese luchtvaartorganisatie EASA.”

Worsteling
Volgens Ron van de Leijgraaf van het ministerie van I&M valt het niet mee om zoiets nieuws als drones in het systeem in te passen. “Drones vallen nu eenmaal onder de wet luchtvaart, en die stelt dat het verboden is om te vliegen in het Nederlandse luchtruim, tenzij. Na die tenzij volgt een lijst met uitzonderingen, in de vorm van een stelsel van vergunningen, algemene maatregelen van bestuur, en ministeriële regelingen. Wijzigingen hierin hebben lange looptijden, soms van een jaar of meer. Daarom werken we soms als tussenoplossing met uitgeklede vergunningen, zodat er in ieder geval gevlogen kan worden.”

luchtruim-delen

Ondertussen verandert de wereld waar je bij staat. Van de Leijgraaf: “Een probleem is dat het tempo van technologische ontwikkelingen door de wetgever niet is bij te houden. Ondertussen heb je rekening te houden met zowel de dronevliegers als met die traumahelipiloot die met het zweet op het voorhoofd zit als er een drone wordt gemeld. Daarvoor is onderling begrip nodig, dat we samen het luchtruim delen. Lastig daarbij is dat de partij die de inspecties en de handhaving voor zijn rekening neemt, eigenlijk geen advies mag geven.”

Workshops
Na de presentaties konden de aanwezige droneprofessionals tijdens workshops hun feedback geven op de (vermeende) knelpunten die er in verschillende sectoren zoals natuur&agro, inspecties, search&rescue en monitoring zijn. Met die feedback gaat het ministerie tijdens zogenaamde high level meetings aan de slag. Bij deze meetings zitten vertegenwoordigers van zowel het ministerie van I&M als de ILT, LVNL, Dutch Drone Platform en DARPAS, zodat er in gezamenlijkheid concrete acties uitgewerkt kunnen worden.

deelnemers-droneconferentie

Een aantal van de punten die naar voren kwamen betrof onder andere de afstandsregels, het niet kunnen vliegen in CTR gebieden en het verbod op operaties buiten het zicht op de operator. Ook zou men graag zien dat vliegen buiten de daglichtperiode en operaties boven bebouwing mogelijk worden gemaakt.

Voetbaldrone
In de pauze werd er in de gangen van het Fort 1881 een demonstratie gegeven met de Flyability Elios (in de wandelgang aangeduid als de ‘voetbaldrone’) die in Nederland ingezet wordt door RoNik. Dankzij de kooiconstructie kan de drone onder andere toegepast worden voor het inspecteren van lastig te bereiken locaties. Een schoolvoorbeeld van innovatie, vinden Mark Frequin en Aad van den Burg van Rijkswaterstaat. RoNik ontving daarom de Innovatie Oskar, een aanmoediging voor alle dronepartijen om nog meer te innoveren en om creatieve oplossingen te bedenken zodat veilig en efficiënt vliegen met drones mogelijk wordt.

Verslag en video: Wiebe de Jager. Foto’s: Hans tak. Cartoons: Suus/livecartoons.nl.

Leave a Reply

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.