BedrijvengidsOok ROC-light opleidingen en verzekeringen! Zoek bedrijf

Zo komen de Europese droneregels er in grote lijnen uit te zien

Nu nog zijn de regels voor het vliegen met drones in elk Europees land verschillend. Daar moet over een paar jaar verandering in komen, met de implementatie van een Europees stelsel aan regels. De Europese luchtvaartorganisatie EASA heeft nu een conceptversie gereed van deze regelgeving. Hierin wordt onder andere een verplichte registratie van drones zwaarder dan 250 gram voorgesteld, en komen er verschillende klassen voor drone-operaties.

De nieuwe regels treffen niet alleen de gebruikers van drones, ook dronefabrikanten krijgen te maken met eisen vanuit de Europese Unie. Zo zal via het CE-keurmerk afgedwongen worden dat drones voorzien zijn van geofencing, een techniek die ervoor moet zorgen dat een drone niet kan opstijgen in de buurt van vliegvelden en andere no-fly zones. Verder moet iedere drone die in de EU wordt verkocht voorzien zijn van een klasse-aanduiding: het idee is dat er vier verschillende klassen drones komen, C0 tot en met C4, waarbij er voor elke (gewichts)klasse andere eisen gelden.

Een conceptversie van de bepalingen ten aanzien van de verschillende drone-klassen (klik voor vergroting)

120 meter hoog en in het zicht
Het goede nieuws is dat de maximale vlieghoogte voor recreatieve gebruikers op 120 meter is vastgesteld, en dat er geen beperking ten aanzien van de maximale afstand tot de bestuurder geldt, zolang de drone maar in het zicht blijft. Voor deze C1 en hoger categorie vluchten moet de gebruiker wel via een online test kunnen aantonen enige theoretische kennis te hebben en 14 jaar of ouder zijn (C1), of 16 jaar of ouder (C2-C4). Ook komt er voor drones in deze categorieën een registratieplicht, waarbij de registratiecode op afstand uitgelezen moet kunnen worden door handhavers op de grond.

Alleen voor de eenvoudigste drones in de C0 klasse (tot 250 gram) komt er een maximale vlieghoogte van 50 meter. Maar die drones hoeven dan niet geregistreerd te worden, en ook is er voor het bedienen van die drones geen theoretische kennis vereist bij de bestuurder. Men dient wel WA-verzekerd te zijn, en vliegen boven mensen is ook bij deze lichte categorie drones niet toegestaan. Verder dient met net zoals drones in de C1-klasse uit de buurt te blijven van vliegvelden.

Voor de C2 (900 gram tot 4 kg), C3 (4 tot 25 kg) en C4 (eveneens tot 25 kg) klassen drones gelden oplopende eisen aan de bestuurder van de drone en de wijze waarop de vlucht wordt uitgevoerd. Interessant is het gegeven dat in alle gevallen de drone ‘zo ver mogelijk’ verwijderd blijven van bebouwing en voertuigen, alhoewel hier geen afstanden worden genoemd. Verder mag er wel boven andermans grondgebied gevlogen worden, zolang men maar een minimale vlieghoogte van 20 meter aanhoudt. Maar met het oog op de privacy mag men geen foto’s of filmopnamen maken van mensen op de grond, als die daar niet expliciet toestemming voor hebben gegeven.

Vraagtekens
Er rijzen bij het bekijken van de voorgestelde nieuwe regels heel wat vragen. Zo is het als eerste natuurlijk de vraag hoe de C0 t/m C4 categorieën na de voorgestelde overgangsperiode van toepassing gaan zijn op reeds verkochte drones, en op (toekomstige) race- en zelfbouwdrones die zwaarder zijn dan 250 gram. Ook is nog onduidelijk hoe de kenniseisen en het online examen er uit gaan zien, en wat de registratie precies inhoudt. Verder is het de vraag hoe de bepaling dat je ‘zo ver mogelijk’ uit de buurt van gebouwen en voertuigen precies geïnterpreteerd moet worden, om nog maar niet te spreken over de regel dat mensen op de grond toestemming moeten geven voor luchtopnamen: geldt dat dan ook voor personen die onherkenbaar in beeld komen?

Ook is nog onduidelijk hoe de afzonderlijke lidstaten om kunnen gaan met de bepaling dat landen ‘naar eigen inzicht’ no-fly zones kunnen instellen voor ‘gevoelige gebieden’. Met de recente Natura 2000-strubbelingen in het achterhoofd zou het zomaar kunnen dat in Nederland bijvoorbeeld ineens alle Natura 2000-gebieden (wat overeen komt met een substantieel deel van het land) worden aangemerkt als no-fly zone. Daardoor zouden dronevliegers alsnog vrijwel vleugellam gemaakt worden.

Verder moet in de praktijk nog blijken hoe de bestaande ROC-light en ROC bepalingen ‘vertaald’ gaan worden naar de nieuwe Europese situatie. Het ligt voor de hand dat de 50 meter hoog en 100 meter ver beperkingen van het ROC-light in de nieuwe situatie komen te vervallen, iets waar ROC-operators ongetwijfeld niet blij mee zullen zijn. Ook lijkt het erop dat men meer mogelijkheden krijgt om nabij bebouwing te vliegen, iets wat met name makelaars en luchtfotografen zeker zal aanspreken, alhoewel dit allemaal nog lang niet uitgekristalliseerd lijkt te zijn.

Conclusie
Het is nog veel te vroeg om te kunnen beoordelen of de Europese regels wel of geen verbetering zijn voor (recreatieve) dronevliegers. Alhoewel er een aantal hoopgevende elementen te vinden zijn in de nieuwe plannen, waaronder de vlieghoogte van 120 meter voor geregistreerde drones en het feit dat er geen spake lijkt te zijn van een maximale vliegafstand, zijn er nog teveel zaken onduidelijk, zeker als het gaat om de vraag in hoeverre (lokale) overheden binnen de afzonderlijke lidstaten de mogelijkheid hebben om allerlei nieuwe no-fly zones in te stellen: als de EU daar geen rem op zet dan is dit nieuwe stelsel van regels alsnog een wassen neus.

De nieuwe bepalingen zijn nog niet definitief: vanaf 12 mei tot 12 augustus kunnen belanghebbenden feedback geven op de voorgestelde Europese regelgeving. EASA wil dan eind 2017 komen met een definitief voorstel richting Europese Commissie. Die zal de nieuwe regels dan naar verwachting in 2020 op Europees niveau gaan invoeren.

DroneLand ROC-light

9 Comments

    • Wiebe de Jager

Leave a Reply

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.