BedrijvengidsOok ROC-light opleidingen en verzekeringen! Zoek bedrijf

Conferentie Drones 2017: ‘De korte termijn zaken zijn veel belangrijker dan verre toekomstplannen’

Nederland telt inmiddels een kleine 500 bedrijven die beroepsmatig gebruik maken van drones, maar in de praktijk loopt men nog altijd tegen veel hindernissen aan. Ondanks vooruitgang op een aantal vlakken, zoals de verruiming van mogelijkheden voor drone-testcentra en iets soepeler regels voor ROC-gecertificeerde bedrijven, wordt er nog teveel over de toekomst gepraat en te weinig op de korte termijn ondernomen. Dat kwam naar voren tijdens de Conferentie Drones 2017, die afgelopen woensdag op initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu was georganiseerd.

Toepasselijke start
“Moet je kijken! Ze zijn buiten met een drone aan het vliegen! Terwijl we hier midden in de CTR Rotterdam zitten!” Toepasselijker kan een congres over drones niet beginnen. Buiten het congresgebouw, op het terrein van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), mag er absoluut niet met drones gevlogen worden, en toch zoemt er een Phantom over het havengebied. Een tweetal Aziaten – waarschijnlijk toeristen – bestuurt de drone, maar ze zijn alweer weg als één van de congresdeelnemers – werkzaam bij de luchtvaartpolitie – poolshoogte gaat nemen.

Een ‘heterdaadje’ voorafgaand aan het congres. Foto: Mark de Haan / Aeret

Tijdens de opening van het congres benadrukt Mark Frequin (DG Bereikbaarheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu) dat er afgelopen jaar veel bereikt is, waaronder de zojuist aangekondigde concept regelgeving voor testlocaties en een verruiming van de mogelijkheden voor volledige ROC-houders. Toch is er volgens Frequin nog veel werk te verzetten. “Ik kreeg onlangs een lange emailcorrespondentie te zien over het met transponders vliegen in de buitenste ring van CTR-gebieden, en dat hier geen schot in zit. Blijkbaar loopt men nog steeds tegen wat hobbels aan.”

Teveel gepolder
Tijdens de plenaire discussieronden komen er nog wat meer pijnpunten naar boven. Als deelnemers gevraagd wordt te reageren op de stelling “Drones maken Nederland veiliger” klinkt al snel de opmerking “er zou moeten staan: kunnen veiliger maken. Want zo ver is het nog lang niet. Er kan veel, maar er mag weinig.” In lijn met die opmerking reageert een deelnemer tijdens een debat over een andere stelling: “We moeten in Nederland meer ambitie hebben en niet alles keihard kapot polderen.”

Mark Frequin (I&M) opent de conferentie

Wie in Nederland proefprojecten wil doen met drones moet volgens een aantal aanwezigen vooral veel uithoudingsvermogen en geld hebben. “Een kleinschalige test is meestal nog wel te doen. Maar als je wilt opschalen en je krijgt met de overheid te maken, dan moet je echt over veel uithoudingsvermogen beschikken.” Er zou ook meer van elkaar geleerd kunnen worden: “Iedereen maakt dezelfde fouten en loopt tegen dezelfde issues aan. We zouden veel meer van elkaar kunnen leren. Men moet beter gaan communiceren en ervaringen delen om te voorkomen dat we steeds opnieuw het wiel uitvinden.”

‘Ergens nog wat hersens’
Over de risico’s die uit zouden gaan van drones reageert men laconiek. “Er gaan natuurlijk wel dingen fout met drones, en er wordt ook wel gevlogen op plekken waar dat niet de bedoeling is, maar de meeste mensen hebben nog ergens wel iets van hersens. De kans op echt grote ongelukken is nihil”, stelt een panellid. Een deelnemer in de zaal trekt de parallel met de auto. “Als de auto nu uitgevonden zou worden, dan zouden we deze toch ook niet verbieden omdat deze wel eens per ongeluk op de stoep zou kunnen belanden?” Met de maatschappelijke acceptatie van drones zit het volgens de meeste aanwezigen wel snor: “Er zijn wel zorgen over privacy, en we zouden beter moeten communiceren over maatschappelijke relevante toepassingen van drones, maar de meeste mensen associeren drones niet meer met defensie.”

Gemelde voorvallen met drones in Nederland 2014-2016

Op een grafiek met daarop een flink stijgende lijn met incidenten met recreatieve drones komt in één van de workshoprondes kritiek: “We moeten niet vergeten dat er inmiddels heel veel drones verkocht zijn en rondvliegen. Dus het is niet zo gek dat het aantal incidenten en meldingen toeneemt. Maar hoe de groei er relatief gezien uit ziet, dat weten we niet. Misschien vallen de cijfers wel mee als je ze in de juiste context zet.” Die constatering wordt gerelativeerd door een andere spreker: “Het aantal gerapporteerde voorvallen is een tipje van de ijsberg. Daaronder zijn veel incidenten of gevaarlijke situaties waar we helemaal geen weet van hebben.”

Regelgeving
Veel aandacht is er voor de workshop over regelgeving, en dan met name de aankomende Europese regelgeving. Volgens Ron van de Leijgraaf van I&M wordt de Europese regelgeving alsnog vrij complex. “Dat komt doordat alle belangen van alle lidstaten meegenomen zijn, met veel uitzonderingen tot gevolg. Belangrijkste is om te weten dat er een ‘open’ en ‘specific’ categorie komt. Voor de open categorie geldt dat het gaat om vluchten met een zeer laag risico. Daarvoor zien we liever weinig overheidsbemoeienis, hooguit wat kenniseisen aan piloot en technische vereisten aan drone. Veel professionals zullen terecht komen in de specific categorie. Daarbij staat het mitigeren van risico’s centraal. Dat kan deels volgens vastgestelde scenario’s, deels via te beoordelen risicoanalyse’s.”

Ruim 100 vertegenwoordigers vanuit de dronesector in discussie met het panel

Uiteindelijk is het de bedoeling dat er een overgangsperiode komt, en dat de huidige certificaten/vergunningen overgaan in de nieuwe situatie. Dat kan nog wel even duren, want pas begin 2018 wordt er begonnen met het implementeren van de Europese regels, die dan zo’n twee jaar later van kracht worden, dus op z’n vroegst begin 2020. Van de Leijgraaf: “Voor ons is de handhaafbaarheid van de nieuwe regels belangrijk. Daar hameren we continu op. Verder blijft er gelukkig voor de lidstaten nog wel wat ruimte om een eigen invulling te geven aan de nieuwe regels. Dat kan bijvoorbeeld door het instellen van bepaalde zones, waar minder of juist meer mag met drones.”

Handhaving
Wat handhaving betreft, de politie zou het liefst zien dat de luchtvaartwetgeving minder complex wordt. Tjeerd Tiedemann (luchtvaartpolitie): “Agenten op straat moeten gewoon duidelijke richtlijnen hebben. Mag je op deze plek vliegen, en zo ja, hoe ziet het verschil tussen beroepsmatig en recreatief eruit. Maar de discussie rond bijvoorbeeld Natura 2000 laat zien hoe complex het allemaal is. We denken verder dat meer scholing en een goede informatievoorziening erg belangrijk zijn. Het zou bijvoorbeeld handig zijn als er een app komt die ook actuele luchtruiminformatie toont.” Dat laatste is wel mogelijk, stelt Mark de Haan van Aeret, “maar dan moet de overheid wel komen met een centrale bron waar die informatie uitgehaald kan worden.”

Het aantal geregistreerde drones in Nederland neemt exponentieel toe

Bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid maakt men zich in toenemende mate zorgen over drones, simpelweg omdat deze alomtegenwoordig worden. “We zien in omringende landen een toenemend aantal smokkeldrones rond gevangenissen. Verder zijn er ook in ons land al inbrekers die gebruik maken van een drone voor het uitvoeren van voorverkenningen. Ook houden we de ontwikkelingen in conflictgebieden in de gaten, waar drones al regelmatig worden ingezet voor het plegen van aanslagen. We hebben hierover nauw contact met relevante partijen en we wisselen informatie uit. We werken ook aan detectie&neutralisatiesystemen, en kweken waar nodig awareness”, aldus een vertegenwoordigster van het NCTV.

ROC-light ondervertegenwoordigd
Alhoewel er inmiddels 400 ROC-light ontheffingen zijn afgegeven (tegenover 46 full ROC bedrijven), lijkt deze groep enigszins ondervertegenwoordigd op het congres. “Het gaat hier vooral over ROC bedrijven, innovatie en testlocaties, maar juist in de hoek van het ROC-light zit de grootste economische groei. Het zou goed zijn als hun belangen beter worden meegenomen. Zowel tijdens deze conferentie als daarbuiten”, stelt Wiebe de Jager van Dronewatch tijdens de afsluiting van de middag. Meerdere aanwezigen onderstrepen tijdens de middag de toch wel erg knellende limieten van 50 meter hoog en 100 meter ver. Tim de Boer (DroneLand): “Het is ook niet uit te leggen dat iemand met een ROC-light papiertje minder of binnenkort misschien net zo veel mag als een hobbyvlieger.”

Andere slotaanbevelingen van deelnemers gaan over de informatievoorziening en communicatie: “Er moet werk gemaakt worden van een gratis vluchtvoorbereiding app, met actuele data”, klinkt één van de aanbevelingen. Een andere aanbeveling betreft agro-drones: “Er moet nog meer stimulans komen voor agrarische toepassingen. Hierover moet ook beter gecommuniceerd worden, wat er mogelijk is, maar ook waar men op vastloopt.” De sector moet ook de boezem in eigen hand steken, vindt één van de vertegenwoordigers van het ministerie: “Spelers uit het veld moeten nog beter deelnemen aan internetconsultaties van de overheid. Alleen op die manier komen we tot beter beleid.”

Maar misschien wel de belangrijkste conclusie van de dag werd helaas niet en plein public gedeeld. “De korte termijn zaken zijn veel belangrijker dan verre toekomstplannen”, had één van de deelnemers op een post-it geschreven. Dat velletje bleef eenzaam op het bord met aanbevelingen hangen: bij deze alsnog een podium voor deze belangrijke conclusie.

Eén van de slotaanbevelingen van de deelnemers: “De korte termijn zaken zijn veel belangrijker dan verre toekomstplannen”

One Response

Leave a Reply

Skytools
Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.