‘Dronevluchten in CTR-gebieden blijven een lastig verhaal’

Wie de kaart van Nederland met daarop de huidige luchtruimindeling bekijkt komt al snel tot de conclusie dat er in grote delen van ons land geen dronevluchten toegestaan zijn. In de zogenaamde CTR-gebieden rond de grote luchthavens zijn recreatieve drones en het gros van de zakelijk gebruikte drones namelijk niet welkom. Alleen indien men beschikt over speciale ontheffingen en apparatuur zijn er drone-operaties in gecontroleerd luchtruim mogelijk, maar in de praktijk zitten hier nog wel wat haken en ogen aan.

Gecontroleerd luchtruim

Om het startend en landend bemande luchtverkeer in goede banen te leiden zijn grote delen van het Nederlandse luchtruim aangemerkt als zogenaamde Control Regions, afgekort CTR. CTRs van burgerluchthavens zijn op luchtvaartkaarten te herkennen als klasse C-luchtruim, terwijl de control regions van militaire luchthavens aangemerkt zijn als klasse D-luchtruim. Omdat vliegverkeer actief van elkaar gesepareerd wordt onder de verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider spreekt men van gecontroleerd luchtruim.

Van oudsher zijn CTRs zeer ruim gedefinieerd. Zo reikt de CTR van Rotterdam The Hague Airport helemaal tot het noorden van Zoetermeer. Dat is frustrerend voor dronepiloten, want wie de wetgeving voor civiele drones bekijkt komt al snel tot de conclusie dat er met recreatief bestuurde drones helemaal niet in klasse C en D luchtruim gevlogen mag worden. Ook al mag je maar 120 meter hoog met je drone (binnenkort maximaal 50 meter), een luchtfoto maken van Zoetermeer is er dus niet bij.

De CTR Rotterdam reikt helemaal tot het noorden van Zoetermeer

ROC-light biedt geen soelaas

Ook piloten die vliegen onder de ROC-light regeling mogen niet in CTR-gebieden vliegen, zoals blijkt uit artikel 10a lid 1 bepaling e van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen: “de vlucht wordt uitgevoerd in luchtruim met klasse G onder de geldende luchtverkeersregels.” Met andere woorden: in luchtruim klasse C en D ben je met je ROC-light ontheffing niet welkom, waardoor grote delen van Nederland afvallen als werkgebied.

Het verbod op vluchten in de CTR-gebieden is een typisch gevalletje ‘helaas pindakaas’ voor recreatieve vliegers die nabij de grote vliegvelden wonen. Zeker in Noord-Brabant kom je er bekaaid van af, maar ook grote delen van Zuid- en Noord-Holland zijn een no go voor hobbypiloten. Voor ROC-light piloten is het verbod op vluchten in luchtruim klasse C en D méér dan alleen een ongemak, omdat men vaak ‘nee’ moet zeggen tegen opdrachten, ook al gaat het om vluchten in de buitenste regionen van de CTRs. De bollenvelden bij Hillegom filmen is er dus niet bij, en een luchtfoto maken van Moerkapelle is ook uit den boze.

Minstens ROC en onder strenge voorwaarden

Alleen volledig gecertificeerde ROC-bedrijven kunnen vluchten uitvoeren in CTRs, mits men aan een aantal strenge voorwaarden voldoet. Zo moet het operationeel handboek voorzien in procedures voor vluchten in CTR-gebieden, moet er in het team iemand beschikken over de bevoegdverklaring RT (Radiotelefonie) ten behoeve van het contact met de luchtverkeersleiding, moet men beschikken over een mobiele zendinstallatie met een antennemast van minimaal 10 meter om daarmee contact te kunnen leggen met de verkeerstoren, en moet de drone waarmee de vlucht wordt uitgevoerd voorzien zijn van een gecertificeerde mode-S transponder. En dan nog is men beperkt tot de buitenringen van de CTRs.

Dankzij een recente wijziging van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen mag er sinds kort in de buitenring van CTRs ook hoger dan 45 meter gevlogen mag worden, bijvoorbeeld ten behoeve van de inspectie van een windmolen of een schoorsteen. De voorwaarde is dat men dan binnen een straal van 25 meter vliegt van het te inspecteren object en niet hoger dan 5 meter van de top ervan. Deze bepaling geldt vooralsnog alleen voor Maastricht CTR, Eelde CTR en Rotterdam CTR.

Fikse investering

Uit het voorgaande volgt dat legaal uitgevoerde drone-operatie in een CTR gebied een investering van vele tienduizenden euro’s aan apparatuur, certificeringen en opleidingen vergt. In Nederland is er momenteel zelfs maar één bedrijf dat in CTRs mag vliegen, Dutch Drone Company (DDC) uit Rotterdam.

In heel specifieke situaties – zoals een recente inspectie van een affakkelinstallatie op het terrein van Shell Pernis – kan zo’n investering nog verantwoord worden, omdat de baten opwegen tegen de lasten, maar in de meeste situaties zijn dergelijke kostenplaatjes niet realistisch en concluderen veel drone-operators dat het niet economisch verantwoord is om tienduizenden euro’s te investeren om te mogen vliegen in CTRs.

Volgens Guido Benschop van DDC gaat het in dit dossier vooral om vertrouwen. “Bij Schiphol heeft men al enkele nare en gevaarlijke situaties meegemaakt met illegale dronevliegers. Stap voor stap werken wij aan een positieve verruiming van de regeling door vertrouwen terug te winnen bij de luchtverkeersleiders. Dat doen we door te laten zien dat er professioneel en volgens de regels gewerkt wordt. Verandering kost tijd, juist in de luchtvaart, want daar draait alles om veiligheid.”

Teleurstelling

Eén van de bedrijven die de mogelijkheid om onder voorwaarden in een CTR te mogen vliegen en teleurgesteld is in de houding van de overheid is Rudy Muller van RPAS Services. Volgens Muller wordt er vooral veel gepraat maar is er weinig vooruitgang op dit dossier. “Alleen Nederland kent een verplichting voor het gebruik van een gecertificeerde mode S-transponder voor drones, die beneden de 120 meter vaak niet eens te zien is op de radar van LVNL. Ondanks dat EASA en andere Europese landen inzetten op Low Power ADS-B blijft de IL&T vasthouden aan een systeem dat veel te duur is, waardoor ROC-gecertificeerde bedrijven die in CTRs willen vliegen geen kansen krijgen.”

Ivanka Kösters (Skyvision) is minder pessimistisch. “In de werkgroep ‘vliegen in een civiele CTR’ is dit onderwerp uitgebreid besproken. We herkennen de problematiek, ook wij hebben veel geld geïnvesteerd in RT-apparatuur en opleiding van onze crew om het vliegen in CTR mogelijk te maken voor onze opdrachtgevers. Maar het ziet ernaar uit dat de transponderplicht binnenkort komt te vervallen, mede omdat luchtverkeersleiders toch niet zitten te wachten op het monitoren van extra vliegbewegingen afkomstig van drones.”

Geen transponder, wel klaring

Pieter Franken (directeur van Skeye en voorzitter DCRO) bevestigt dat de transponderplicht komt te vervallen. “Bij LVNL was men vooral bang voor fly-aways. Een transponder moest er dan voor zorgen dat de luchtverkeersleiding zo’n drone kon volgen. Maar we hebben met cijfers van onze leden aangetoond dat fly-aways niet voorkomen. Wel crashes, maar dan komt de drone recht naar beneden. Dat, en het feit dat tijdens testen bleek dat het signaal van de transponder in veel gevallen toch niet op de radar verscheen, heeft ertoe geleid dat de transponderplicht geschrapt wordt, waarschijnlijk na de zomer.”

Toch blijven drone-operaties in CTR-gebieden een lastig verhaal. Franken: “Nog altijd moet men voorafgaand aan een vlucht klaring aanvragen bij de luchtverkeersleiding van de betreffende CTR. Het is nog maar de vraag hoe er met zo’n verzoek omgegaan wordt. Mede daarom denken wij vooralsnog niet dat we veel operaties gaan uitvoeren in CTR-gebieden. De groei zit voor ons vooral in het buitenland.”

Volgens Franken is het na het vervallen van de transponderplicht een kwestie van tijd totdat er ook met drones in de buitenring van Schiphol CTR gevlogen mag worden (iets waar DDC volgens Guido Benschop binnenkort mee van start gaat – maar dan nog wel met transponder). Franken: “Op den duur komen er misschien ook wel mogelijkheden in de binnenring van CTRs, en wellicht dat de ontwikkelingen op het gebied van ADS-B verder helpen om de koudwatervrees met betrekking tot professioneel gebruikte drones op te lossen.”

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. In het najaar van 2018 was Wiebe als coach&jurylid verbonden aan het tv-programma 'Drone Masters'.

2 gedachten over “‘Dronevluchten in CTR-gebieden blijven een lastig verhaal’

  • 13 februari 2018 om 16:04
    Permalink

    Hoi Wiebe,

    We moesten het er vandaag nog wel over hebben, blijft lastig onder werp.
    Wat ik van deze regio weet dat een ROC piloot een ontheffing kan aanvragen voor een bepaald stuk luchtruim voor een bepaalde tijd. Ik weet bijna zeker dat Rik geen transponder op zijn drone heeft. Alleen het aanvragen kost tijd zoals ik vanmorgen al vertelden. Ik hoop werkelijk dat het vliegen in CTR gebieden bereikbaar(financieel) wordt voor veel piloten, natuurlijk niet rondom het vliegveld en in aanvliegroutes. Maar hier in de regio Eindhoven is het gewoon te gek, absoluut niet nodig zo’n grote CTR. Bovendien als je op 50m vliegt en er komt een vliegtuig in de buurt op die hoogte is de drone niet het probleem…… Trainingen zijn goed en noodzakelijk maar het moet operationeel wel werkbaar blijven.

    Beantwoorden
  • 16 februari 2018 om 15:43
    Permalink

    Beste Wiebe,

    In het artikel Drone vluchten in CTR-gebieden wordt een ‘recente wijziging’ aangehaald:
    ‘Dankzij een van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen mag er sinds kort in de buitenring van CTRs ook hoger dan 45 meter gevlogen mag worden, ……’
    Zou je kunnen aangeven waar die recente regeling op internet te vinden is ?
    Bedankt!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.