Politie ziet weinig heil in aanscherpen regelgeving rond recreatieve drones

De Nationale Politie vindt dat het geen aanbeveling verdient om de regels voor recreatieve dronevliegers op korte termijn te gaan aanscherpen. Niet alleen leidt zo’n wijziging voor extra onduidelijkheid, ook is de voorgenomen beleidswijziging niet consistent met aankomende Europese regelgeving. De politie pleit vooral voor betere voorlichting.

Regelgeving wijzigt te vaak

In een position paper, die een woordvoerder van de afdeling luchtvaart vandaag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer toelicht, onderstreept de politie dat het wederom wijzigen van de Regeling modelvliegen alleen maar voor verwarring zorgt: “De regelgeving is sinds 1 juli 2015 zes keer gewijzigd. Dit bemoeilijkt de handhaving en is ook voor vliegers moeilijk bij te houden.”

Ook vindt de politie het lastig te begrijpen dat er mogelijk nieuwe restricties ingevoerd worden, terwijl die afwijken van wat er op Europees gebied dadelijk wordt afgesproken. “Er ligt nu een voorstel voor een wijziging in de regeling modelvliegen die de bepalingen omtrent recreatief vliegen zodanig aanpast dat het meer overeenstemt met de regels voor beroepsmatig vliegen. Dit is echter niet op alle punten consistent met de EASA verordening die is opgesteld, waardoor er wederom verwarring zal ontstaan op het moment dat de EASA regelgeving van kracht wordt.”

Volgens de politie biedt de conceptregelgeving van EASA in de toekomst voldoende handvatten om het gebruik van drones te reguleren: “De nieuwe (concept-) regelgeving is helder en consistent en zal voor alle partijen een grote verbetering zijn. Er is voor de individuele lidstaten de nodige ruimte gelaten om op nationaal niveau aanvullende regels op te stellen voor het gebruik van drones. Belangrijk hierbij is dat de lidstaten zelf de gebieden aanwijzen waar wel en niet gevlogen mag worden.”

Gebrekkige voorlichting

De grootste zorg zit hem ook bij de luchtvaartpolitie in het gebrek aan voorlichting. “De bekendheid bij het grote publiek met de huidige regelgeving rondom drones is nog altijd te beperkt. Met enige regelmaat komen er bij het team luchtvaarttoezicht nog meldingen binnen over bijvoorbeeld dronevliegers die binnen de CTR van een luchthaven actief zijn, met alle risico’s van dien. Verhoudingsgewijs zijn er veel minder overtredingen geconstateerd bij beroepsvliegers, wat laat zien dat met name de recreatieve vliegers slecht op de hoogte zijn van de regelgeving.”

Amateurvliegers mogen nu nog maximaal 120 meter hoog vliegen en hoeven geen rekening te houden met een horizontale afstandsbeperking, zolang men het toestel maar in het zicht houdt. Daarmee hebben recreanten meer mogelijkheden dan professionele minidrone-piloten, die maar 50 meter hoog en 100 meter ver mogen vliegen. Om een eind te maken aan dat verschil pleit Dronewatch voor het verruimen van de mogelijkheden van de ROC-light vergunning.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. Vanaf 30 augustus 2018 is Wiebe te zien als coach&jurylid in het tv-programma 'Drone Masters'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.