Gastcolumn: ‘Dronepiloot’

Wat houdt (professionele) dronepiloten en andere mensen die actief zijn in de dronesector in Nederland en België zoal bezig? Je leest het in de nieuwe rubriek met gastcolumns op Dronewatch. Het spits wordt afgebeten door cameraman Jan Rein Hettinga, die zijn ervaringen met het behalen van een ROC-light ontheffing uitvoerig optekende op zijn blog reinonline. Het verhaal is met toestemming overgenomen. 

“Mijn drone, de DJI Mavic Pro, weegt ongeveer 750 gram en valt daarmee in de categorie microdrones. Formeel hoef je in Nederland voor het besturen van zo’n microdrone geen bewijs van bevoegdheid te hebben. Ik vind het echter belangrijk om te weten waar ik mee bezig ben. Opdrachtgevers moeten er op kunnen vertrouwen dat ik mijn zaken op orde heb en ik wil gediplomeerde drone-operators niet als ‘valse concurrent’ in de wielen rijden. Daarom heb ik me opgegeven voor het ROC-Light examen, dat je moet afleggen voor je een officiële ontheffing kan aanvragen. Alleen maken de betrokken instanties het niet bepaald aantrekkelijk voor de dronevlieger die commercieel én legaal wil opereren.

ROC-Light (RPAS Operator Certicifate) is een vergunning die je van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan krijgen als je voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet je onder andere een theorie-examen afleggen. Om me hier op voor te bereiden heb ik het Handboek Minidrones (uitgave 1.5 – februari 2018) toegestuurd gekregen. Dit is een ongelofelijk slecht boek, geschreven door iemand die lijdt aan een ernstige vorm van gemakzucht. Of door een Luxemburger die het door Google Translate heeft laten vertalen in het Chinees en vervolgens heeft terugvertaald naar het Nederlands. Geen zin is logisch. Het zijn voornamelijk teksten uit de luchtvaart waar een droneliefhebber over het algemeen niet zo veel mee kan. Die blijft als het goed is ver van echte vliegtuigen en vliegvelden vandaan, maar het is toch vooral de manier waarop alles is opgeschreven, waardoor ik tijdens de studie tot wanhoop werd gedreven. Wat moet ik met een zin als: “Microdronepiloten moeten geen enkele bewijs van bevoegdheid kunnen overleggen.” Dat staat er letterlijk. Een paar zinnen verderop staat: “Niet de piloot zelf is bepalend voor de ontheffing of ROC-Light, maar behoort wel tot één van de voorwaarden.” En leg mij de volgende zin eens even uit: “Om het kleinste obstakel veilig over te komen geldt dat de hoogte van het hoogste obstakel met een extra veiligheidsmarge (15-25m).” Ik heb me heel wat keren afgevraagd of ik de eerste was die dit boek heeft opengeslagen. “Gps levert de positie levert, alle overige informatie wordt berekend.” Als je al weinig begrijpt van de materie, dan helpen zulke slordigheden niet. “Deze twee termen verwijzen staan voor noorderbreedte of breedtecirkel of parallel evenwijdig met de evenaar.” En zo kan ik nog wel even doorgaan. Om over woorden als primordiaal (cruciaal) of geïnitialiseerd (opgestegen?) nog maar te zwijgen. Alleen al het lezen van de tekst was een hele opgave.

Je moet weten dat ik maar liefst € 350,- heb betaald voor het examen (60 meerkeuze vragen) en dit boek. Misschien is het de bedoeling om zelfstudie te ontmoedigen en iedereen naar een kostbare cursus te lokken. Zo’n cursus kost bijna € 1000,- en duurt twee dagen. Die twee dagen kan ik als ZZP’er niet werken en dat kost mij dan nog eens € 800,-. Dat vond ik te gortig, dus heb ik het met zelfstudie geprobeerd. Dit heb ik serieus aangepakt, want het examen kost al genoeg. Dan wil je niet zakken.

Uiteindelijk heb ik het theorie-examen gehaald. Ik had 83% van de vragen goed, terwijl 75% voldoende was. Nu ken ik allerlei begrippen en afkortingen uit de luchtvaart, kan ik het weer voorspellen, weet ik hoe GPS werkt en kan ik een ingewikkelde luchtvaartkaart lezen. Dat er ook heel handige appjes zijn die dronevliegers vertellen waar je wel en waar je niet mag opstijgen stond niet in de boeken. Bovendien weet mijn drone dat zelf ook en vertelt hij mij als ik wil opstijgen wanneer ik me in een gevarenzone begeef. In Nederland is dat overigens bijna overal. De meeste droneshots die je kan bedenken mag je eigenlijk helemaal niet maken als je de regels strikt volgt. Desondanks ben ik met mijn diploma op zak aan de slag gegaan om alle benodigde papieren te krijgen. Dat valt ook niet mee. Wie professioneel met een drone wil vliegen moet meer (kostbare) hindernissen nemen.

In de officiële regelgeving wordt een merkwaardig verschil gemaakt tussen vliegen op commerciële basis en niet-commerciële -ofwel hobbymatige- vluchten. Wanneer je zoals ik af en toe een drone wil gebruiken om er beroepsmatig mee te filmen, dan moet je aan veel strengere regels voldoen dan wanneer je er voor de lol mee vliegt. Zo moet je bij professioneel gebruik een extra verzekering afsluiten van ongeveer 300 euro per jaar, terwijl voor hobbyisten een gewone WA-verzekering voldoende is. Die verzekeraar eist vervolgens een praktijktest die je hoort te doen onder begeleiding van een gecertificeerde instructeur. De kosten hiervoor bedragen minimaal € 100,- en wederom kost dit tijd. Ik ontdekte gelukkig op tijd dat je hier onderuit kan komen als je aantoont dat je minimaal 10 uur hebt gevlogen met je drone, maar dat zeiden ze er in eerste instantie niet bij.

Tijdens commerciële vluchten mag de professional niet hoger vliegen dan 50 meter boven de grond en de maximale horizontale afstand tussen piloot en drone mag niet groter zijn dan 100 meter. Dat is niet onoverkomelijk, maar het is wel heel vreemd dat een amateur 120 meter hoog mag en de drone zelfs 500 meter bij hem of haar vandaan mag zijn. Volgens mij zouden de regels juist strenger moeten zijn voor hobbyisten die dat moeilijke boek niet gelezen hebben en dus niet precies weten wat wel en wat niet mag.

De drone van een professional moet niet alleen verzekerd zijn, je moet hem ook inschrijven in het luchtvaartregister van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Je krijgt dan een officieel PH-nummer, dat ook alle echte vliegtuigen hebben. Dit nummer moet middels een brandbestendig plaatje op de drone worden bevestigd. De dronewinkel verkoopt die plaatjes voor 50 euro en als je alle informatie over ROC-Light van hun site haalt, dan zou je haast denken dat dit de enige optie is. Bij navraag bleek dat een gegraveerd plaatje van de plaatselijke sportprijzenwinkel of een zogenaamde ‘dogtag’ van een paar euro ook volstaat.

Ik werd er moe van. De lol was er uiteindelijk wel een beetje vanaf. Ik heb me serieus afgevraagd of het niet slimmer is om dat hele ROC-Light gedoe te laten zitten en bij een onverhoopte controle te doen alsof ik puur voor de lol vlieg. Er zijn genoeg collega’s in Omroepland die zo redeneren, ook al kan dat nooit de bedoeling zijn van de mensen die zich hard maken voor strengere droneregels. Het komt op mij allemaal over als pure pesterij en vooral weinig effectief. Er is niet bepaald met een helikopterview naar de Nederlandse drone-regelgeving gekeken. Zo word in de theorie met geen woord gesproken over luchtfotografie of video-opnamen. Denk bijvoorbeeld aan afspraken met betrekking tot privacy of het regelen van toestemming bij eigenaren van gebouwen of terreinen over het maken van opnamen.

Drones komen de laatste tijd regelmatig negatief in het nieuws en dat komt door die ongelukkige regelgeving en het feit dat gadgetfreaks het zien als speelgoed en mensen die niet goed weten wat een drone is het zien als een levensgevaarlijk apparaat. Allebei die vliegers gaan niet helemaal op. Vergelijk de drone met een brommer. Ook daarbij moet de bestuurder weten wat hij of zij doet en veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Als je je netjes en verantwoord gedraagt is het gevaar te overzien.

Mij lijkt het vliegen met een drone namelijk geen enkel probleem zolang je maar weet wat je doet en vooral niemand lastig valt of in gevaar brengt. Dat luchtvaartautoriteiten moeilijk doen over de toename van drones is begrijpelijk, maar wanneer je met je drone op 50 of 100 meter hoogte een serieus luchtvaartuig tegenkomt en niet in de buurt van een vliegveld bent, dan mag je gevoeglijk aannemen dat het andere luchtvaartuig een groter probleem heeft dan jij.”

Deze gastbijdrage verscheen eerder op reinonline.nl. Heb jij ook een duidelijke mening over een drone-gerelateerd onderwerp en zou je die willen optekenen in de vorm van een gastcolumn op Dronewatch? Neem dan contact met ons op! Disclaimer: de meningen die in gastcolumns geventileerd worden komen niet noodzakelijk overeen met de standpunten van Dronewatch. 

Jan Rein Hettinga

Freelance cameraman. Schrijft daarnaast columns voor Broadcast Magazine en op reinonline.nl.

3 gedachten over “Gastcolumn: ‘Dronepiloot’

  • 25 juli 2018 om 23:29
    Permalink

    Zo ver als het aanvragen van een examen en boek ben ik nooit gegaan, maar ik herken wat hier geschreven wordt. Na de eerste stap naar een ROC-light, het registreren van de drone, ben ik maar gestopt met de rest van de aanvraag en vlieg dus enkel hobbymatig. Ik vroeg mij af of het alle moeite wel waard is. Je krijgt veel beperkingen t.o.v. hobbymatig vliegen, het kost veel geld en je krijgt veel onduidelijkheid (zoals of je nog wel hobbymatig met diezelfde drone mag vliegen als je een keer vrije tijd hebt en niet voor een klus vliegt). Daarnaast zijn de ROC-light houders de laatste anderhalf jaar als paddestoelen overal uit de grond verschenen en is er dus veel concurrentie. Om nog maar te zwijgen over de vele mensen (ook concurrentie) die ik heb gesproken die allerlei betaalde klussen doen zonder enige vorm van ROC omdat ze het te duur vinden, omdat ze het “klein” houden en omdat de pakkans nihil is.

    Goede wetgeving is van belang, maar houd het eerlijk, overzichtelijk en haalbaar. Maak er inderdaad geen pesterij van.

    Beantwoorden
  • 26 juli 2018 om 20:36
    Permalink

    Wat een “mooi verhaal”. Ontzettend herkenbaar. Ik heb de ROC light procedure ook net doorlopen met thuis studie. Het vergt inderdaad nog al wat doorzettings vermogen. Op zich een goede eigenschap voor een “piloot”.

    En het is zeker de moeite waard ook al gaat de studie en het verkrijgen vd papieren wat stroef. Maar je wilt als video / fotograaf je creativiteit niet laten remmen door een slecht geschreven lesboek.
    Ik heb de papieren wel nodig voor mijn commerciele fotografie met een Phantom4pro.

    Beantwoorden
  • 31 juli 2018 om 20:36
    Permalink

    Als modelvlieger(s) met 40 jaar ervaring en in bezit van alle KnvvL breveten , (motorvliegtuig , zwever , Helicopter & Quadcopter ) waarvoor we heel veel uren hebben moeten oefenen ( zonder gyro’s of andere stabilisatie hulp middelen) worden we eigenlijk in dit hele verhaal niet genoemd , en ik durf te zeggen dat vliegers met deze achtergrond veel beter in staat zijn hun “drone” te besturen en ook technisch veel beter zijn onderlegd dan persoon “x” die een drone koopt even een theorie examen maakt (wat bezopen veel geld kost en verijsten stelt die door de techniek allang zijn achterhaald).
    Ik vind het dus vreemd dat de Knvvl voor die ervaren vliegers niet een soort van “erkenning: heeft omtrent hun kennis & kunde . ok , we mogen op ons vliegveld op 300 meter hoogte vliegen , maar dat is dan wel zon beetje . Ook het Fpv vliegen is niet toegestaan op een erkend , wat dan weer lijdt dat mensen die met Race drone’s in de weer gaan dit illegaal moeten doen in een parkje of in gebied waar het weer gevaar kan opleveren voor andere mensen . en dat terwijl bijna alle recreatieve drone vliegers met hun Mavic’s en Phantom’s eigenlijk ook niet anders doen ( na 200 meter heb je geen zicht meer op je Mavic en je hoort hem ook niet meer . Dus door de huidige regelgeving kan je beter geen Roc light halen , want het geeft je dan meer beperkingen als hobbyist dan dat voordeel oplevert.
    Het zal helaas wel zo blijven dat de politiek achter de feiten aan blijft lopen en dat de “anti-drone” lobby de pers regelmatig van “vreselijke berichten”omtrent het gevaar van Drones voorziet .

    Arie ,

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Skytools drone command vehicle
Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.