Is er een doorlopende ontheffing te verkrijgen voor het vliegen in een CTR? #vraaghetNLR

Lange tijd was het voor gecertificeerde drone-operators zo goed als onmogelijk om legaal vluchten uit te voeren in het gecontroleerde luchtruim (CTR) rondom luchthavens zoals Schiphol of Rotterdam The Hague Airport. Daar is verandering in gekomen door de invoering van het standaardscenario voor dronevluchten in CTRs. Maar alsnog dient de (militaire) luchtverkeersleiding per operatie goedkeuring te geven. Is het niet mogelijk om een doorlopende ontheffing te verkrijgen? En hoe zit het eigenlijk met kabeldrones? Deze lezersvragen staan centraal in de vijfde editie van de vraag- en antwoordserie #vraaghetNLR.

De vragen:

“Is er een doorlopende ontheffing te krijgen voor het vliegen tot 50m hoogte in CTR’s tot bv 1km van de luchthaven? Ik heb nu een aantal malen toestemming gevraagd om net aan de rand(en) van CTR Volkel een gebouw of landgoed te filmen en daarover wordt dan nogal lacherig gedaan. Ik krijg de indruk dat de vluchtleiding liever heeft dat ik gewoon daar vlieg dan dat ik hen lastig val met het vragen voor een officiële toestemming (die ik overigens iedere keer gewoon krijg) Vooral de door mij aangegeven hoogtes van 20, 30 of 50m max. werken bij hen op de lachspieren (in positieve zin, zo van: als we zo laag vliegen, dan hebben we écht een probleem haha! Of, Dat is nog lager dan de hoogste kerktoren daar, en die heeft géén toestemming…haha!) Dus, wat ik wil aangeven is dat ik graag tot een bepaalde hoogte binnen een CTR vrij mag vliegen. (Gebeurt nu ook al door de vele onwetende hobbyisten maar ik moet als commercieel video-vlieger steeds toestemming vragen terwijl de vlieghoogtes beperkt zijn.)”

en

“Welke regels gelden er voor een kabeldrone?”

Het antwoord van NLR:

“In de luchtvaart zijn internationaal aanbevelingen gedaan en afspraken gemaakt. Eén van die afspraken is dat in een CTR de luchtverkeersleiding van dat vliegveld het luchtverkeer separeert. De soort separatie is afhankelijk van de luchtruimklasse (C of D). In beide gevallen moet de plaatselijke luchtverkeersleiding op de hoogte zijn van het aanwezige luchtverkeer, dus ook drones, en heeft deze een verantwoordelijkheid naar het luchtverkeer. Er zal dus toestemming moeten zijn van die verkeersleiding.

In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen ‘gecertificeerde operators’ en ‘niet-gecertificeerde operators’. Tot die laatste groep behoren recreatieve vliegers en houders van een ROC-Light. In deze groep heeft de vlieger geen RPA-L brevet nodig, geen drone die op luchtwaardigheid is gekeurd (en een Bewijs van Luchtwaardigheid heeft) en hoeft de vlieger niet te werken volgens de goedgekeurde procedures uit een Operationeel Handboek. Lagere eisen en daardoor minder bevoegdheden. Voor deze groep, zowel ROC-Light als recreatief, geldt dat ze niet in een CTR mag vliegen. Dus niet in luchtruimklasse C en D, wel in luchtruimklasse G met de daarbij genoemde beperkingen (zie ook kadata.kadaster.nl/dronekaart/) en de actuele ICAO luchtvaartkaart (1:500 000).

Voor de gecertificeerde operators, dus in bezit van een ROC (RPAS Operator Certificate), is het mogelijk om het vliegen in een CTR en de bijbehorende procedures (per CTR) op te nemen in het Operationeel Handboek. De luchtvaartautoriteit stelt hieraan eisen, maar kan dat goedkeuren. Eén van de eisen is dus dat er toestemming is van de plaatselijke luchtverkeersleiding voor die vlucht. Deze luchtverkeersleiding beslist dus òf en waar je mag vliegen. En dat kan afhankelijk zijn van de actuele situatie.

Bij de CTR luchtruimklasse C is het niet toegestaan in de ‘binnenring’ te vliegen, in de buitenring kan dit, onder voorwaarden, wel worden toegestaan tot 45m (150ft) hoogte. De website van de operationele helpdesk van LVNL geeft meer uitleg, zie
lvnl-ohd.nl/content/framesets/frameset_bijzondere_vluchten.html.

Ook bij luchtruimklasse D moet men toestemming krijgen van de plaatselijke luchtverkeersleiding, maar daar wordt geen verbod in de binnenring of maximale hoogte van 45m in de buitenring gedefinieerd. Je kunt een aanvraag doen voor incidentele inzet voor een opgegeven locatie met maximale hoogte en datum met begin- en eindtijd.

Een kabeldrone of tethered drone wordt door de luchtvaartautoriteit gezien als een gewone drone. De operationele inzet moet aan dezelfde voorwaarden voldoen als iedere andere drone, dus ook bijvoorbeeld de minimale afstanden tot mensen, wegen en bebouwing en eisen t.a.v. vlieger en drone. Zo wordt een kabeldrone van 5kg gezien als een klasse OA (Other Aircraft). Daarvoor moet de vlieger beschikken over het RPA-L brevet met klassebevoegdheid ‘OA 0-25kg’.

Tot slot: de plaatselijke luchtverkeersleiding kan een modelvliegvereniging toestaan om gebruik te maken van een vastgestelde locatie binnen de CTR.”

Dit artikel maakt deel uit van de vraag- en antwoordcampagne #vraaghetNLR, waarbij experts van NLR antwoord geven op vragen van Dronewatch-lezers. Kijk voor meer informatie over de diensten die NLR levert aan professionele dronevliegers op nlr.nl/dronecentre.

Martin Joosse

Martin Joosse

Martin Joosse is onderzoeker bij de afdeling Helikopter & Onbemande luchtvaart bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

Eén gedachte over “Is er een doorlopende ontheffing te verkrijgen voor het vliegen in een CTR? #vraaghetNLR

  • 21 juni 2019 om 09:52
    Permalink

    Ik ben benieuwd naar de OA-klassificering van een tethered drone boven de 5 KG. Zou je mij kunnen laten weten waar ik de documentatie terug kan vinden waarin dit vermeldt staat?

    Alvast bedankt,

    Ruben

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.