Standaardscenario voor dronevluchten in CTR-gebieden: dit zijn de (on)mogelijkheden

Bedrijven die beschikken over een volledige ROC-ontheffing kunnen dankzij de integratie van standaardscenario’s (STS) meer mogelijkheden krijgen om dronevluchten met een hoger risico uit te voeren. In een vorig artikel bespraken we het standaardscenario voor dronevluchten in de bebouwde omgeving: in dit artikel staan we stil bij het standaardscenario voor dronevluchten in gecontroleerd luchtruim (CTR).

Wat wordt er verstaan onder gecontroleerd luchtruim?

In Nederland zijn grote delen van het luchtruim geclassificeerd als luchtruim type C of D. Dit zijn gecontroleerde luchtruimgebieden (Control Regions), ofwel gebieden waar luchtvaartuigen verplicht communicatie onderhouden met een verkeerstoren. Dit zijn de zogenaamde CTRs, waar je als dronepiloot niet mag vliegen, om te voorkomen dat je het reguliere vliegverkeer rond een luchthaven hindert. Je vindt deze gebieden onder andere rond Schiphol, en rond grote regionale vliegvelden zoals Maastricht.

Volgens de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen is het normaal gesproken niet toegestaan om dronevluchten in een civiele of militaire CTR uit te voeren zonder transponder. Dat betekent dat grote delen van Nederland voor zowel ROC-light als ROC-operators op slot zitten. Dat was lange tijd vervelend voor wie bijvoorbeeld inspecties wil uitvoeren of luchtopnamen wil maken nabij Amsterdam, Rotterdam of Maastricht, want op een enkele uitzondering na was het praktisch onmogelijk om hier een ontheffing voor te krijgen.

Standaardscenario voor vluchten in buitenring CTRs

Om het vliegen in de buitenring van civiele CTR-gebieden toch binnen handbereik te krijgen van drone-operators met een volledig ROC heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in samenspraak met de expertgroep drones (met daarin vertegenwoordigers van belangenorganisaties, het ministerie van I&W, Rijkswaterstaat en kennisinstellingen) werk gemaakt van het standaardscenario STS-CAA-NL-CTR-OR (waarbij ‘OR’ staat voor outer ring).

Versie 1 van dit scenario is in maart 2019 gepubliceerd en inmiddels zijn er in Nederland al meerdere ROC-operators die het scenario hebben toegevoegd aan hun handboek en – na akkoord op de wijziging vanuit de ILT – in de buitenring van een aantal CTRs mogen vliegen. Het gaat dan om de CTRs Maastricht, Eelde, Rotterdam en Niederrhein, vanaf een straal van 5.600 meter ten opzichte van het hart van het vliegveld. In het geval van Schiphol gaat het om een strook ter breedte van 3.700 meter binnen de grens van CTR 1.

Voor wie is het scenario bedoeld?

De nieuwe standaardscenario’s kunnen alleen door full ROC operators worden toegevoegd aan hun operations manual (operationeel handboek). Daartoe moet men voldoen aan alle extra vereisten die worden beschreven in het scenario. Pas nadat een schriftelijke aanvraag is goedgekeurd door de ILT mag men aan de slag met het vliegen in een CTR. ROC-light houders vallen dus buiten de boot.

Welke use cases zijn denkbaar?

Het nieuwe STS voor operaties in de buitenring van CTRs is met name interessant voor bedrijven die inspecties willen uitvoeren aan infrastructuur in de buurt van vliegvelden (denk aan Pernis of Chemelot). Ook komen er mogelijkheden voor mediabedrijven, om opnamen te maken op locaties die voorheen ondenkbaar waren. Denk aan opnamen in delen van Amsterdam of Rotterdam. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de operator in veel gevallen dan ook de STS-CAA-NL-CLOSEPROX moet hebben geïmplementeerd.

Operationele vereisten

De randvoorwaarden van het STS dicteren dat de drone waarmee gevlogen wordt niet meer weegt dan 25 kg en een topsnelheid heeft van 185 km/uur. De maximale afstand ten opzichte van de piloot is 500 meter. Naast de piloot moet er minstens één waarnemer zijn.

Een mobiele RT-installatie. Bron: Skytools

Een transponder is niet verplicht; wel dient men voorafgaand aan en tijdens de vlucht contact te hebben met de luchtverkeersleiding. Dat betekent dat er vooraf goedkeuring (PPR: Prior Permission Required) aangevraagd moet worden bij de Operationele Helpdesk van de luchtverkeersleiding, dat voor elke vlucht een vliegplan moet worden ingediend en dat er tijdens de vlucht een radioverbinding is met de luchtverkeersleiding. Voor deze verbinding moet gebruik worden gemaakt van een goedgekeurd VHF radiostation en een antenne met een hoogte van minstens 10 meter. De radioverbinding moet opgezet worden door een gekwalificeerde medewerker (RT-operator) welke zich voor en tijdens de vlucht dient te houden aan een speciaal hiervoor opgezet communicatieprotocol.

De operator moet verder niet alleen de gangbare procedures opnemen in het handboek, maar ook procedures voor abnormale en noodsituaties, zoals een fly-away. Daarnaast beschrijft het STS aanvullende vereisten ten aanzien van de medewerkers. De drone moet beschikken over tenminste twee van de volgende kenmerken/eigenschappen:

a. goed werkend geofence systeem (de combinatie met b is één maatregel);
b. Return to Home (de combinatie met a is één maatregel);
c. kabel (kabeldrone) (acceptabel als enige maatregel als het onboard accuvermogen beperkt is tot het vermogen nodig voor een gecontroleerde landing bij een storing in de toevoer van batterijvermogen van de grond);
d. manual override;
e. automatische landing als GNSS faalt;
f. kill-switch die onafhankelijk werkt van andere radioverbindingen.

Naast de hierboven genoemde eigenschappen moet het grondstation van de drone de benodigde informatie voor communicatie met de luchtverkeersleiding (hoogte, richting, snelheid, etc.) duidelijk weergeven. Ook moet de operator voor elke vlucht de instellingen van het grondstation controleren en moet hij er zeker van zijn dat het GPS signaal voldoende is. De drone hoeft verder geen nieuwe keuring te ondergaan voor het uitvoeren van de operaties binnen dit standaardscenario.

Wat kan er niet?

Dronevluchten in de binnenring van CTR-gebieden zijn nog altijd niet mogelijk, ook niet met kabeldrones of andere speciale systemen of mitigerende maatregelen.

In alle gevallen geldt dat er niet hoger dan 45 meter ten opzichte van de grond (AGL) gevlogen mag worden. Uitgezonderd zijn vluchten binnen een straal van 25 meter vanaf een object buiten de bebouwde kom (bijvoorbeeld bij industrieterreinen), met een maximum hoogte van 5 meter boven het topje van dat object: dan mag er hoger worden gevlogen dan die 45 meter. Dit laatste geldt dan weer niet voor Schiphol CTR.

Andere restricties volgen uit het VLOS- en daglichtcriterium, wat wil zeggen dat de drone alleen in het zicht van de operator gevlogen mag worden. Er mag niet boven objecten of gebouwen in de bebouwde kom gevlogen worden, tenzij men ook de STS-CAA-NL-CLOSEPROX heeft geïmplementeerd.

Hoe zit het met militaire CTRs?

De STS-CAA-NL-CTR-OR betreft alleen civiele CTRs. Voor dronevluchten in militaire CTRs (denk aan Deelen, De Kooij) dient de reeds bestaande ontheffing te worden aangevraagd op het ROC. Hiervoor moet een procedure beschreven worden waarin staat hoe toestemming wordt gevraagd voor de vlucht en hoe het contact met de luchtverkeersleiding verloopt tijdens de vlucht.

Doorgaans volstaat het hierbij om een formulier in te vullen met daarin gegevens over de voorgenomen locatie en tijdstip van de dronevlucht en daarnaast de vlucht binnen een uur voor aanvang telefonisch melden bij de luchtverkeersleiding. Tweezijdig radiocontact is meestal niet vereist: bereikbaar zijn per mobiele telefoon volstaat.

Hoe verhouden de nationale standaardscenario’s zich tot aankomende EU regelgeving?

In de aankomende Europese regelgeving komt er een categorie ‘Specific’, bedoeld voor operators die vluchten uitvoeren met een wat hoger risico, zoals vliegen in een CTR. De standaardscenario’s zijn dusdanig opgesteld dat deze in een iets andere juridische vorm overgezet kunnen worden naar de nieuwe situatie, na invoering van de Europese droneregelgeving. Sowieso komt er een overgangsperiode van twee jaar. ROC-operators die gebruik maken van dit standaardscenario kunnen dus in gecontroleerd luchtruim blijven vliegen tijdens de transitieperiode.

Meer informatie:

https://www.ilent.nl/onderwerpen/drones/standaard-scenarios-rpas-operatie

Overzicht van ROC-gecertificeerde bedrijven:

https://www.ilent.nl/onderwerpen/drones/documenten

Kaarten waarop de binnen- en buitenringen van Nederlandse CTRs te zien zijn:

http://www.lvnl-ohd.nl/content/bijzondere_vluchten/modelvliegen/modelvliegen_kort_map.html

Met dank aan Stephan van Vuren van AirHub voor het meelezen. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. In het najaar van 2018 was Wiebe als coach&jurylid verbonden aan het tv-programma 'Drone Masters'.

Eén gedachte over “Standaardscenario voor dronevluchten in CTR-gebieden: dit zijn de (on)mogelijkheden

  • 15 augustus 2019 om 09:36
    Permalink

    Het wordt hoog tijd dat de CTR’s tegen het licht gehouden worden en dat de belachelijk grote CTR’s (b.v. Eindhoven CTR) wordt aangepast naar de maatstaven anno 2019. CTR’s stammen uit de tijd dat er nog geen drones waren.
    Ik weet dat ze bij het ILT hier mee bezig zijn, maar dat zal wel een meerjarenplan worden…

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.