Standaardscenario voor dronevluchten boven spoorwegen: dit zijn de (on)mogelijkheden

Bedrijven die beschikken over een volledige ROC-ontheffing kunnen dankzij de integratie van standaardscenario’s (STS) meer mogelijkheden krijgen om dronevluchten met een hoger risico uit te voeren. In vorige artikelen bespraken we de standaardscenario’s voor dronevluchten in de bebouwde omgeving en in gecontroleerd luchtruim. In dit artikel staan we stil bij het standaardscenario voor dronevluchten boven spoorwegen.

Aanleiding

Een toenemend aantal drone-operators zou graag boven het spoor willen vliegen om – al dan niet in opdracht van ProRail of NS – inspecties uit te voeren aan rails, bovenleiding of vastgoed (denk aan treinstations). De Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen voorziet echter niet in de mogelijkheid in de buurt van of zelfs boven spoorlijnen te vliegen: indien men gebruik maakt van een multirotor (categorie H) moet men minstens 25 meter afstand van het spoor aanhouden. ROC-light houders moeten zelfs 50 meter afstand aanhouden.

Standaardscenario voor vluchten boven het spoor

Om het vliegen boven spoorlijnen toch binnen handbereik te krijgen van professionele drone-operators heeft AirHub in opdracht van ProRail werk gemaakt van het standaardscenario STS-3A-CAA-NL-RAIL-ABOVE: UAS Operations above railways within rural and urban populations, waarbij gebruik is gemaakt van ervaringen die volgde uit eerdere onderzoeken door Autosens. Het concept is vervolgens voorgelegd aan de de expertgroep drones (met daarin vertegenwoordigers van belangenorganisaties, het ministerie van I&W, Rijkswaterstaat en kennisinstellingen). Versie 1.1 van dit scenario is op 30 oktober 2019 gepubliceerd en treedt op 7 november 2019 in werking.

Het standaard scenario voorziet in twee typen scenario’s: dronevluchten nabij of boven het spoor zonder dat het treinverkeer wordt stilgelegd en dronevluchten waarbij er wel sprake is van een tijdelijke buitendienststelling van het tracé, als gevolg van onderhoudswerkzaamheden of een calamiteit.

Hoe dan ook moet een drone-operator bedacht zijn op twee soorten risico’s indien men nabij een spoorlijn werkt: het risico dat mensen of werktuigen geraakt worden door een trein en het risico op elektrocutie indien men al dan niet via een werktuig in contact komt met de bovenleiding. Om de kans op ongelukken te minimaliseren heeft ProRail het document Voorschrift Veilig Werken – Trein (VVW) opgesteld, waar eigen personeel en ingehuurde partijen zich aan dienen te houden. Hierin worden drie gevarenzones gedefinieerd, alsook het zogenaamde rode meetgebied.

Gevarenzones rondom het spoor

Voor wie is het scenario bedoeld?

De nieuwe standaardscenario’s (STS) kunnen alleen door full ROC operators worden toegevoegd aan hun operations manual (operationeel handboek). Daartoe moet men voldoen aan alle extra vereisten die worden beschreven in het scenario. Pas nadat een schriftelijke aanvraag is goedgekeurd door de ILT mag men aan de slag met het vliegen in boven spoorwegen. ROC-light houders vallen dus buiten de boot.

Welke use cases zijn denkbaar?

Het nieuwe STS voor dronevluchten boven spoorwegen is met name interessant voor bedrijven die inspecties willen uitvoeren aan spoorweginfrastructuur. Daarnaast ligt de inzet van drones tijdens calamiteiten voor de hand. Ook is het denkbaar dat het spoor wordt overvlogen tijdens mapping missies. Indien er nabij gebieden met aaneengesloten bebouwing wordt gevlogen, dan dient de operator ook de STS-CAA-NL-CLOSEPROX geïmplementeerd hebben. Als er sprake is van een dronevlucht in gecontroleerd luchtruim dan is het standaardscenario STS-CAA-NL-CTR-OR aan de orde. Het is zelfs mogelijk de drie standaardscenario’s te combineren.

Een 3D puntenwolk van een spoorwegovergang. Bron: Autosens

Voorwaarden aan de vluchtuitvoering indien de spoorlijn in gebruik is

Omdat een voorbijrijdende trein verstoringen in het elektromagnetisch spectrum kan veroorzaken mag er niet in het rode meetgebied worden gevlogen als de spoorlijn in gebruik is. Indien er sprake is van visuele close-up inspecties buiten deze zone moet de drone zodra er een trein aankomt op een afstand van minstens 25 meter van het spoor worden gebracht. Sowieso moet de drone minstens 5 meter boven het hoogste punt van de spoorinfrastructuur vliegen. Lager vliegen mag alleen als de drone is afgeschermd voor elektromagnetische interferentie.

Indien er sprake is van een mapping missie, waarbij de drone op een wat grotere hoogte (minstens 25 meter boven het hoogste punt van de spoorinfrastructuur) automatisch een waypoint missie uitvoert, hoeft deze niet naast het spoor gedirigeerd te worden op het moment dat er een trein passeert. Wel moet de piloot op enig moment in staat zijn om de besturing van de drone te kunnen overnemen.

In alle gevallen moet de V&G coördinator of werkplekbeveiliger worden ingelicht voorafgaand aan een operatie bij het spoor. Alle werkzaamheden dienen verder conform Normenkader Veilig Werken (NVW), het Voorschrift Veilig Werken – Trein (VVW), de Life Saving Rules (LSR) en de Richtlijn gedragsregels op spoorwegterrein (RLN00300) uitgevoerd te worden.

Voorwaarden aan de vluchtuitvoering indien het treinverkeer is stilgelegd vanwege werkzaamheden

Indien het treinverkeer is stilgelegd in verband met onderhoudswerkzaamheden, dan rijden er in principe geen treinen in het zogenaamde operationeel volume. Wel kan de bovenleiding nog onder spanning staan. Er mag daarom alleen in het rode meetgebied worden gevlogen met toestemming van de Leider Lokale Veiligheid en met een drone die is afgeschermd voor elektromagnetische interferentie.

Ook in dit geval moet de V&G coördinator of werkplekbeveiliger worden ingelicht voorafgaand aan de operatie bij het spoor. Alle werkzaamheden dienen verder conform Normenkader Veilig Werken (NVW), het Voorschrift Veilig Werken – Trein (VVW), de Life Saving Rules (LSR) en de Richtlijn gedragsregels op spoorwegterrein (RLN00300) uitgevoerd te worden.

Voorwaarden aan de vluchtuitvoering indien het treinverkeer is stilgelegd vanwege een calamiteit

Drone-operaties nabij of boven het spoor mogen tijdens een calamiteit alleen worden uitgevoerd door ProRail, partijen die zijn ingehuurd door ProRail of door hulpdiensten zoals brandweer, politie en Rijkswaterstaat. In principe is er geen sprake van treinverkeer, maar de bovenleiding kan nog wel onder spanning staan. Gezien het specifieke karakter van dit scenario geven we hier geen verdere toelichting.

Operationele randvoorwaarden

De randvoorwaarden van het standaardscenario dicteren dat er enkel gevlogen mag worden met rotorcraft drones met een maximaal gewicht van 25kg. De snelheid moet hierbij dusdanig beperkt worden dat de drone bij een motorstoring altijd binnen het gecontroleerde grondgebied neer komt. De maximale afstand ten opzichte van de piloot is 500 meter indien de operator niet over een EVLOS ontheffing beschikt. Naast de piloot moet er een observer zijn. De taak van grenswachter / veiligheidsman (die waarschuwt voor naderend treinverkeer) mag niet door de observer worden vervuld.

Andere restricties volgen uit het VLOS- en daglichtcriterium, wat wil zeggen dat de drone alleen in het zicht van de operator gevlogen mag worden. Er mag niet boven objecten of gebouwen in de bebouwde kom gevlogen worden, tenzij men ook de STS-CAA-NL-CLOSEPROX heeft geïmplementeerd. Bij vluchten in gecontroleerd luchtruim is implementatie van het STS-CAA-NL-CTR-OR vereist.

De operator dient verder onder meer procedures op te nemen in het operationeel handboek voor situaties waarbij de drone onverwacht buiten het operatiegebied komt. Alle noodprocedures moeten afgestemd worden met ProRail en eventuele onderaannemers. De drones waarmee wordt gewerkt moeten afgeschermd zijn voor elektromagnetische interferentie indien ermee gevlogen wordt in het rode meetgebied.

Hoe verhouden de nationale standaardscenario’s zich tot aankomende EU regelgeving?

In de aankomende Europese regelgeving komt er een categorie ‘Specific’, bedoeld voor operators die vluchten uitvoeren met een wat hoger risico, zoals vliegen boven een spoorlijn. De standaardscenario’s zijn dusdanig opgesteld dat deze in een iets andere juridische vorm overgezet kunnen worden naar de nieuwe situatie, na invoering van de Europese drone-regelgeving. Sowieso komt er een overgangsperiode van twee jaar. ROC-operators die gebruik maken van dit standaardscenario kunnen dus boven spoorwegen blijven vliegen tijdens de transitieperiode.

Meer informatie:
https://www.ilent.nl/onderwerpen/drones/standaard-scenarios-rpas-operatie

Overzicht van ROC-gecertificeerde bedrijven en de door hen geimplementeerde standaardscenario’s:
https://www.ilent.nl/onderwerpen/drones/documenten

Met dank aan Nigel Jones (Autosens) en Stephan van Vuren (AirHub) voor het meelezen. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. In het najaar van 2018 was Wiebe als coach&jurylid verbonden aan het tv-programma 'Drone Masters'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.