Drone Talk met Marc Sandelowsky (Space53): “Drones worden net zo gewoon als de bestelbusjes nu in het straatbeeld”

In de rubriek Drone Talk interviewen we mensen die hun werk hebben gemaakt van (het vliegen met) drones. Onze derde gast is Marc Sandelowsky, directeur van het Twentse drone-testcentrum Space53. Marc heeft een duidelijke mening over de verdere ontwikkeling van de Nederlandse dronesector en steekt deze niet onder stoelen of banken.

Wie ben je en wat doe je? Hoe en wanneer ben je met drones in aanraking gekomen?

“Ik ben Marc Sandelowsky. Ik ben in november 2016 begonnen met de bouw van het ecosysteem Space53 waarbinnen volop wordt ontwikkeld en getest met dronetechnologie. Dit is ook mijn eerste kennismaking met de professionele dronesector. Voor die tijd vloog ik wel eens binnen met een hele lichte drone die ik ooit eens van collega’s heb gekregen om de bediening onder de knie te krijgen. Ik ben wel jarenlang actief geweest in de kleine luchtvaart (General Aviation) als private pilot, dus de luchtvaartsector kende ik al goed. En dat komt goed uit.”

Wat is Space53? Hoe verhoudt Space53 zich tot andere drone-testcentra in Nederland? Waarin is Space53 uniek?

“Ik noemde Space53 in jouw eerdere vraag al een ecosysteem. Met ons team bouwen we aan het realiseren van álle randvoorwaarden om een professionele drone-industrie in Nederland van de grond te krijgen. En dat gaat dus veel verder dan onze prachtige testfaciliteiten in het Oosten van Nederland. Om het ecosysteem vruchtbaar te laten zijn is veel samenwerking nodig. Samenwerking met de landelijke en regionale overheden, met de kennisinstellingen zoals ROC van Twente, Hogeschool Saxion en Universiteit Twente en met Brandweer en Politie die voorop lopen in de professionele toepassing van drones. Maar natuurlijk ook met en tussen de bestaande high tech industrie en de vele startups die zich bezig houden met dronetechnologie of de toepassing hiervan.

Met deze integrale aanpak regie nemen we een unieke positie in in Europa. En dan is het natuurlijk een mooie extra dat we de beschikking hebben over een ‘living lab’ in de Euregio Enschede-Münster waar kunnen demonstreren, trainen, testen en experimenteren met alle mogelijk onbemande technologieën en toepassingen hiervan. Met de Nederlandse testcentra in Valkenburg, Woensdrecht, Marknesse en Groningen werken we samen als “Dutch Drone Platform” en zijn we goed in overleg met de regelgevers en Inspectie om ervoor te zorgen dat de belemmeringen voor de professionele toepassing van drones worden weggenomen.”

Neemt Nederland volgens jou een internationale koppositie in als het gaat om drones? Wat moet er gebeuren om Nederland beter te positioneren?

Foto: Cynthia Fotografie

“Het simpele antwoord is ‘nee’. Nederland is geen koploper. Maar wat bedoelen we eigenlijk met koppositie in drones? Ik kijk dan uitsluitend naar de marktpositie van de Nederlandse industrie op de internationale dronemarkt. En die is minimaal. Je kan ook kijken naar de professionele toepassing van drones in Nederland en dan ziet het plaatje er iets beter uit. Zeker in de veiligheidssector. De manier waarop drones zijn geïntegreerd in de operatie van de Brandweer zie je nergens anders in de wereld. Daar wordt veel in Nederland ontwikkelde technologie voor gebruikt, maar het platform, de drone, komt gewoon uit China.

Het Nederlandse kabinet heeft ooit, in 2015, de ambitie uitgesproken om koploper te zijn. Bij het uitspreken van deze ambitie is het echter gebleven. Er is geen nationaal beleid ontwikkeld om voor de prille dronesector marktkansen te genereren of innovaties te stimuleren. Daarbij heeft de Inspectie L&T heeft nog jarenlang de ruimte gekregen om iedere vorm van innovatie tegen te werken. Ergens begrijp ik dat ook wel. We praten hier natuurlijk wel over vliegende robots in de publieke ruimte. En dat klinkt niet alleen eng, dat kan het ook echt zijn als hier geen goede afspraken over gemaakt worden.

Maar het “nee, tenzij” is sinds begin dit jaar eindelijk losgelaten door “ja, mits”. Nieuwe mensen bij de Inspectie én de komst van Europese regelgeving spelen hierbij een belangrijke rol. Nu zullen we als land moeten doorpakken. De bedrijven in de sector zijn nog klein en jong en hebben een sterke thuismarkt nodig om zich verder te ontwikkelen en om internationaal mee te kunnen spelen. Innovaties moeten worden uitgelokt met marktvraag en kapitaal in plaats van afgeremd door conservatisme en verouderde regelgeving.

Het is natuurlijk te zot voor worden dat de robotvogels van Robird in het buitenland wel vogels mogen verjagen van vliegvelden maar op het internationaal vermaarde Schiphol niet aan de bak komen. Industriebeleid is in Nederland nog steeds een vies woord, maar inmiddels hebben we met Internet en de excessen op het gebied van ethiek, privacy, veiligheid en fake news gezien wat er gebeurt als je je als land afhankelijk maakt van aanbieders uit andere regio’s met andere normen en waarden. Dan geldt het recht van de sterkste en probeer maar eens als Nederlands high tech bedrijf de sterkste van de wereld te worden als de overheid hier niet achter staat.”

Wat vind jij de drie spannendste positieve drone toepassingen van dit moment? En welke ontwikkeling(en) vrees je het meest?

“Met losse toepassingen bemoei ik mij niet zo veel. Ik ben natuurlijk zelf geen ontwikkelaar of gebruiker. Ik zie wel prachtige innovaties voorbij komen in de veiligheidssector, bij inspectie en onderhoud en in de landbouw. Maar ik laat graag aan de gebruiker over om hier een oordeel over te vellen. Het meest positieve van dit moment vind ik dat drones in steeds meer gevallen een onderdeel worden van het gewone bedrijfsproces. Niet meer alleen een leuke extra gimmick waar je naar klanten of personeel toe goede sier mee kan maken, maar een waardevol instrument voor het realiseren van je organisatiedoelen. En dat is maar goed ook.

Voor de ontwikkelaars en dienstverleners is de tijd van demonstraties en pilotprojecten wel voorbij. Die moeten nu gewoon geld gaan verdienen om hun investeringen terug te verdienen. De belangrijkste ontwikkeling hierbij moet volgens mij op het gebied van software en kunstmatige intelligentie komen. De drone zelf moet intelligenter worden, maar ook de door de sensoren gegenereerde data moet direct als informatie worden opgenomen in de bedrijfsprocessen. Dat vind ik een hele spannende ontwikkeling.”

Denk je dat de aankomende Europese regelgeving voor drones ruim baan gaat geven aan de sector? Of heb je bedenkingen? Zo ja, wat zijn die?

“Het is natuurlijk raar dat de ontwikkeling van de Europese regelgeving veel sneller gaat dan die van zelfbenoemd koploper Nederland. Natuurlijk zijn we er wel blij mee. Europa heeft duidelijk laten merken dat het de maatschappelijke en economische waarde van drones wil benutten. Dat zal zeker een stimulans geven. ‘Ruim baan’ vind ik te sterk uitgedrukt.

In onze bijeenkomsten bespreken we geregeld dat met de aankomende Europese regelgeving “alles” mogelijk is. En dat is ook zo. In principe kan alles, als je maar aantoont hoe dat veilig en verantwoord gebeurt. En daar zit natuurlijk het probleem. Want er is nog heel veel niet uitgewerkt hierin. Zeker in de “Specific” en “Certified” categorie waarbinnen de Nederlandse dronetechnologie en -toepassingen vooral zullen vallen. De standaardscenario’s zullen hierbij zeker gaan helpen, maar het is een illusie te denken dat die altijd zullen passen.

De Europese regelgeving is een mooie belofte, maar ik maak mij nog grote zorgen over de invoeringssnelheid in Nederland. We merken dagelijks hoe weinig capaciteit er binnen het Ministerie van I&W is voor het drones-dossier. Blijkbaar is het niet zo’n grote prioriteit. En dan hebben we nog een factor van een hele andere orde: de maatschappelijke acceptatie van al die drones in onze leefomgeving. Als sector zullen we er voor moeten zorgen dat dit geen knelpunt wordt; we moeten het vooral niet aan de overheid overlaten dit te regelen. Dat betekent: goed communiceren over nut en noodzaak, energie steken in het stiller maken van de toestellen en “privacy by design” zodat al die sensoren alleen oppikken waarvoor ze bedoelt zijn. En daarnaast zullen we als sector iets moeten vinden op het tegengaan van onacceptabel gebruik.”

Fotojournalist Eric Brinkhorst droeg jou aan als kandidaat voor Drone Talk. Van hem komt deze vraag: hoe ziet volgens jou de dronewereld er over pakweg 2-3 jaar uit?

“Ik hoop niet dat Eric echt denkt dat ik de toekomst kan voorspellen! Hahaha. Maar ik heb wel een visie op de komende jaren. Ik voorzie dat drones de komende jaren net zo gewoon worden als de bestelbusjes nu in het straatbeeld. Natuurlijk als ogen, oren en neus in de lucht, maar ook als transportmiddel en fysiek gereedschap. Voorlopig zullen deze drones door goed opgeleide operators bediend worden, maar steeds meer hiervan zal geautomatiseerd worden. Door de eindgebruiker zelf, maar ook door gespecialiseerde dienstverleners. Hierbij is het mijn hoop dat een flink deel van de gebruikte hard- en software in Nederland ontwikkeld is!”

Met welke persoon die ook actief is in de Nederlandse of Belgische dronesector zou je graag een volgende editie van Drone Talk zien? En wat zou je die persoon willen vragen?

“Robbert Kuijper is instructeur én specialist in de toepassing van drones bij inspecties. Ik zou hem willen vragen naar de specifieke uitdagingen bij het uitvoeren van inspecties en welke ontwikkelingen hij ziet op het gebied van software. Wordt Kunstmatige Intelligentie hierbij al gebruikt?”

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. In het najaar van 2018 was Wiebe als coach&jurylid verbonden aan het tv-programma 'Drone Masters'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.