Amerikaanse dronevliegers furieus over Remote ID-voorstel

Veel Amerikaanse dronepiloten maken zich grote zorgen over de consequenties van het langverwachte Remote ID-voorstel dat de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA eind december 2019 presenteerde. Remote ID moet ervoor zorgen dat alle drones die in de VS rondvliegen in de toekomst gevolgd en geïdentificeerd kunnen worden. Maar de wijze waarop dat zou moeten gebeuren leidt momenteel tot veel verzet vanuit de Amerikaanse drone community. Ook veel modelvliegers uiten hun ongenoegen over het plan.

Kentekenplaat voor drones

Een elektronische ‘kentekenplaat voor drones’, zo wordt Remote ID voor onbemande luchtvaartuigen ook wel omschreven. Nu nog is van het merendeel van de rondvliegende drones niet meteen duidelijk van wie deze drones zijn, waar de bestuurders ervan zich bevinden en waar de drones precies heen vliegen. Remote ID moet daar verandering in brengen.

Remote ID moet ervoor zorgen dat handhavers meer mogelijkheden hebben om dronevliegers die zich niet aan de wet houden op te sporen. Ook moet Remote ID de voorwaarden scheppen voor de verdere groei van de dronesector. De techniek moet er onder andere voor zorgen dat drones die buiten het zicht van de operator (BVLOS) vliegen niet in aanvaring komen met andere luchtvaartuigen, zoals helikopters. Dat is met name van belang voor drones die grotere afstanden afleggen, zoals pakketbezorgende drones of drones waarmee een pijpleiding wordt geïnspecteerd.

Ook zou het gewone publiek via Remote ID inzicht kunnen krijgen in wat voor drones er allemaal in de buurt rondvliegen, vergelijkbaar met de manier waarop een app als Flight Radar werkt. Wie ergens een drone ziet vliegen zou middels een speciale app kunnen zien wie de registratiehouder is en welk traject het toestel aflegt.

De partij die in de VS over de invoering van Remote ID gaat is de Federal Aviation Administration (FAA). Al jarenlang is deze organisatie aan het nadenken over de vraag hoe Remote ID zou moeten werken en hoe de technische randvoorwaarden eruit zouden moeten zien, maar het voorstel werd keer op keer uitgesteld. Groot was dan ook de verrassing toen de FAA op tweede kerstdag als een donderslag bij heldere hemel de Remote ID Notice of Proposed Rulemaking (NPRM) online zette.

Drie manieren van identificatie

Het Remote ID-voorstel zoals het er nu ligt beschrijft twee manieren waarop op afstand uitgelezen kan worden van wie een bepaalde drone is, waar deze precies vliegt en wat de locatie van de piloot is. In beide gevallen is er sprake van een verbinding met een centrale server: ofwel de drone zelf staat via een internetverbinding in contact met een centrale database (‘Standard Remote ID’) en zendt de informatie gelijktijdig via een lokale radioverbinding uit, ofwel de piloot staat – bijvoorbeeld middels een smartphone die gekoppeld is aan de controller – via internet in contact met het centrale systeem (‘Limited Remote ID’). In dat laatste geval mag de drone echter niet verder dan ca. 120 meter (400 ft) van de piloot vandaan vliegen.

Om contact te kunnen leggen met het Remote ID-systeem zouden dronepiloten een abonnement moeten nemen bij een Remote ID UAS Service Supplier. Voor de drone zelf komt daar een extra data-abonnement bij een mobiele provider bij, tenzij de piloot kiest voor de tweede optie, waarbij de internetconnectie via de smartphone op de controller wordt gerealiseerd.

Voor (zelfbouw)drones of modelvliegtuigen die geen internetverbinding kunnen maken en waarbij ook geen connectie via de piloot mogelijk is voorziet de FAA als derde optie in zogenaamde ‘FAA recognized identification areas’ (FRIA’s). Dat zijn vooraf gedefinieerde vlieggebieden waarin geen Remote ID vereist is. Deze gebieden kunnen alleen in verenigingsverband worden aangevraagd. Denk aan modelvliegclubs en andere georganiseerde groeperingen die alleen op vaste locaties vliegen.

Uiteindelijk zouden binnen drie jaar na invoering van het systeem alle drones die in de VS worden verkocht moeten voldoen aan de technische eisen die Remote ID stelt, uitgezonderd drones tot 250 gram en (zelfbouw)drones en modelvliegtuigen waarmee men alleen in vooraf vastgestelde gebieden vliegt.

Veel verzet

Het Remote ID-plan heeft geleid tot veel onbegrip en boze reacties vanuit de Amerikaanse drone-community. De pijn zit hem met name in de verplichte internetverbinding en de hardware die nodig is om Remote ID te kunnen uitzenden. Dat zou voor veel modelvliegers die niet in clubverband vliegen de doodsteek zijn voor hun hobby. Maar ook dronevliegers maken zich zorgen over het voorstel, met name de verplichting om een abonnement – met bijbehorende maandelijkse kosten – af te sluiten om gebruik te kunnen maken van Standard Remote ID en het feit dat de drone in het geval van Limited Remote ID niet hoger of verder dan 120 meter mag vliegen.

Een ander pijnpunt betreft het feit dat geen van de huidige in gebruik zijnde drones in aanmerking komen voor Standard Remote ID, omdat deze niet over de infrastructuur beschikken om direct via internet in contact te staan met het systeem. Waarschijnlijk kunnen veel reeds verkochte drones via firmware updates geschikt gemaakt worden voor Limited Remote ID, maar deze ‘smartphone-route’ wordt als onrealistisch bestempeld vanwege de beperking dat men dan maar 120 meter ver mag vliegen.

In algemene zin vragen de critici zich af of de FAA zich überhaupt wel heeft verdiept in de realiteit van dronevliegers. Verder vermoedt men dat de FAA zich geeft laten influisteren door partijen met grote zakelijke belangen, waaronder drone delivery-spelers als Amazon, Google en UPS, ontwikkelaars van unmanned traffic management (UTM)-systemen en telecomproviders die hun 5G-agenda aan het pushen zijn.

Het spreekt voor zich dat ook buitenlanders die hun drone willen meenemen naar de VS – bijvoorbeeld tijdens een vakantie – te maken zouden krijgen met het systeem. Op een aantal locaties na zou men nergens meer met een drone kunnen vliegen, tenzij men in de VS is ingeschreven als dronepiloot en gebruik maakt van een drone die de technische ondersteuning biedt voor de voorgenomen Amerikaanse implementatie van Remote ID.

Feedback vergaren

Amerikaanse dronevliegers hebben nog tot begin maart de mogelijkheid om feedback te geven op het voorstel. Daar lijkt men massaal gehoor aan te geven: inmiddels zijn er al ruim 1.000 reacties ontvangen, volgens een teller op de website van de FAA.

De verwachting is dat er de komende weken nog veel meer kritische feedback binnenkomt. Op sociale media en YouTube roepen diverse opiniemakers op om gebruik te maken van het inspraakrecht. De teneur van de boodschap is dat het Remote ID-voorstel in zijn huidige vorm teveel nadelen heeft voor modelvliegers en recreatieve & beroepsmatige dronevliegers. De FAA zou daarom terug moeten naar de tekentafel.

VS vs EU

Het zal interessant zijn om te zien hoe de FAA verder gaat met het Remote ID-dossier. Dat er zoiets als een ‘kentekenplaat voor drones’ moet komen, daar is iedereen het wel over eens. In de VS lijkt de strijd nu vooral te gaan tussen aanhangers van een gecentraliseerde oplossing (network based) versus voorstanders van een lokaal werkende oplossing (broadcast based). Dat roept bij veel lezers misschien de vraag op hoe het dadelijk in de EU wordt geregeld.

Ook in de EU moeten op een goed moment alle drones informatie uitzenden over hun positie, locatie en registratienummer van de bestuurder en het afgelegde vliegtraject. Hier gaat dat direct remote identification heten. Hiervoor zijn inmiddels de randvoorwaarden vastgelegd. In de EU is gekozen voor een broadcast based oplossing en hoeven drones geen verbinding te maken met een centrale server (alhoewel dat laatste voor BVLOS vluchten / U-Space toepassingen waarschijnlijk wel aan de orde zal zijn). De eisen voor deze vorm van Remote ID zijn vastgelegd in de nieuwe C0 t/m C4 CE labels waaraan alle nieuw verkochte drones ultimo 1 juli 2022 moeten voldoen.

Handhavers die in de EU informatie over een drone willen opvragen dienen te beschikken over een speciale ontvanger of smartphone app die onder meer het registratienummer van de betreffende dronepiloot laat zien. Dat kan tot op een paar kilometer afstand, mede afhankelijk van het type ontvanger en de fysieke en atmosferische omstandigheden. Door in te loggen op een centrale database kan men vervolgens meer gegevens ophalen over de registrant, waaronder naam en contactgegevens.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over een volledige ROC vergunning.

2 gedachten over “Amerikaanse dronevliegers furieus over Remote ID-voorstel

  • 6 januari 2020 om 13:18
    Permalink

    Zeer interessant artikel, krijgen we dan ook een soort flight radar in de EU voor drones? Voor handhaving zou het gemakkelijker zijn om met de remote ID overtredingen op te sporen in Amerika, of niet?
    Zo’n speciale ontvanger is ook kostbaar en de overheid heeft niet altijd genoeg financiële middelen. Ik ben zeer benieuwd hoe dit in de praktijk zal gaan uitpakken.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier