Scheidend DARPAS-voorzitter Rob van Nieuwland: “Bij een volwassen sector hoort professionele vertegenwoordiging”

Acht jaar lang trok Rob van Nieuwland de kar als voorzitter van DARPAS, de eerste branchevereniging voor professionele dronevliegers in Nederland. Op 1 maart 2020 zwaait Rob af en het is nog maar de vraag of DARPAS blijft voortbestaan. In deze speciale editie van Drone Talk blikken we samen met Rob terug op een turbulente periode.

Even voor de lezers die nog nooit gehoord hebben van DARPAS. Waar staat DARPAS voor?

DARPAS staat voor Dutch Association for Remotely Piloted Aircraft Systems, oftewel de branchevereniging voor professionele onbemande luchtvaartbedrijven. De vereniging werd opgericht in 2012, vanuit de behoefte om met één stem in gesprek te gaan met overheid, politiek en media over de verdere ontwikkeling van de sector. Ik was mede-oprichter en sinds de start ben ik vanuit mijn zzp-bedrijf In2Nova aan DARPAS verbonden als voorzitter. Maar daar komt op 1 maart 2020 verandering in.”

Wat staat er op 1 maart te gebeuren?

“Op 1 maart neem ik afscheid als voorzitter van DARPAS. Na acht jaar vond ik het tijd om het stokje over te dragen. Maar het is helaas niet gelukt om een nieuw bestuur te formeren en een andere voorzitter te vinden. Dat betekent dat er mogelijk een einde komt aan de vereniging. Een andere optie is om DARPAS samen te laten gaan met DCRO, de branchevereniging voor ROC-houders die in 2016 werd opgericht. Maar die beslissing is nu aan de leden.”

DARPAS zou toch fuseren met KNVvL?

“In het verleden is inderdaad onderzocht of DARPAS onderdeel kon worden van de KNVvL. Maar er waren toch teveel verschillende belangen om daar een succes van te maken. Dat geldt ook voor een eventueel samengaan met DCRO: dan zal er ook een oplossing gevonden moeten worden voor het opkomen voor de belangen van bijvoorbeeld testcentra en opleiders. Misschien moet er wel een heel nieuwe vereniging worden opgericht.”

Waar ben je het meest trots op?

“Het meest trots ben ik op het feit dat we als onbemande luchtvaartbranche een plek hebben gevonden in de wereld van de bemande luchtvaart. Dat zie ik toch als de basis voor wat er verder is bereikt. De dronesector is veel meer geaccepteerd geraakt bij bijvoorbeeld LVNL, Schiphol en de VNV. Ook zie je dat er veel verfrissende ideeën voortkomen vanuit de onbemande wereld, die ook in de traditionele luchtvaartsector met veel belangstelling worden bekeken.”

Op wat voor ontwikkelingen doel je dan?

“De groei van het traditionele luchtverkeer kan niet allemaal handmatig worden afgehandeld. Dan zijn zaken als unified traffic management (UTM) ineens misschien ook wel interessant voor de bemande luchtvaart. Je ziet dat de bemande luchtvaart toch wel met een schuin oog kijkt naar de dronesector.”

Hoe ging dat in zijn werk, dat bruggen bouwen?

“Dat was toch wel de kracht van DARPAS: het weghalen van koudwatervrees door met elkaar te gaan praten. Ook is men daardoor onderscheid gaan maken tussen wildvliegers en professionals. Als voorzitter merkte ik dat het goed werkt om informeel met elkaar te praten en deel te nemen aan overleggen, zodat je dingen goed kunt uitleggen. Daarmee bereik je meestal meer dan met het sturen van een boze brief, alhoewel dat soms ook wel nodig was.”

Maar waarom dreigt het dan toch mis te gaan met DARPAS? De dronesector groeit toch?

“In de beginfase was er veel saamhorigheid, dat is nu veel minder. De verschillende belangen worden steeds harder en er zijn maar weinig bedrijven die een goede business hebben kunnen bouwen op basis van drones, mede door de strenge regelgeving. Dat wordt weliswaar beter, maar we zijn er nog lang niet. Bij een volwassen sector hoort professionele representatie naar de overheid en de media. Maar zo volwassen is de sector blijkbaar nog steeds niet.”

Speelden er nog meer factoren?

“Ik moet ook de hand in eigen boezem steken. Ik denk dat de communicatie naar de achterban beter had gekund. Maar daarvoor was eigenlijk geen capaciteit in het bestuur. Ook waren er geen financiële middelen om het bestuurswerk en de uren voor dagelijkse vertegenwoordiging te kunnen bekostigen. Zelfs op het hoogtepunt, met 70-80 leden, was dat niet echt een reële optie. Je kunt het bestuurswerk niet door alleen vrijwilligers laten doen. Dat zou veel professioneler moeten worden opgezet, echter dat kost wel wat. En daar wringt de schoen. Er zou door de vertegenwoordigende vereniging gezocht moeten worden naar voldoende inkomsten, zonder dat de toegang tot een vereniging te elitair wordt. De sleutel zit hem misschien in minder versnippering in de vertegenwoordiging.”

In 2016 splitsen een aantal leden zich af en begonnen met DCRO. Waarom was dat eigenlijk?

“Eigenlijk was de invoering van het ROC-light de splijtzwam. DARPAS is volgens de statuten voor de verbreding van inzet van drones. Ons standpunt was om medewerking te verlenen aan de invoering van het ROC-light en ondertussen meteen ook te zorgen voor meer mogelijkheden voor ROC-houders. Maar een aantal leden waren fel tegen de invoering van het ROC-light en besloten om hun lidmaatschap op te zeggen. Een aantal van hen was later betrokken bij de oprichting van DCRO.”

Is er überhaupt nog behoefte aan één branchevereniging voor de dronesector?

“Je ziet weliswaar dat drones steeds meer een onderdeel worden van de bedrijfsprocessen van zeer uiteenlopende bedrijven, die op zich weinig met elkaar te maken hebben. Maar toch hebben die bedrijven een gemeenschappelijk belang. Er blijft behoefte aan een forum om informatie te delen en kennis te verzamelen.”

Maar daarvoor is toch niet per se een branchevereniging nodig?

“Toch wel, al was het maar als aanspreekpunt voor de buitenwereld. Vaak krijgen we vragen van externe partijen en er zijn nog tal van niet-ingevulde dronespecifieke thema’s die eigenlijk vanuit een belangenclub besproken moeten worden. Je bent als vereniging bij elkaar om die gesprekken te delegeren naar een bestuur. Anders krijg je de situatie dat alleen de kapitaalkrachtige bedrijven een vinger in de pap krijgen, zoals Google, Amazon, Airbus en Boeing. Gelukkig hebben we met het door de EU gesubsidieerde ICAReS-project de afgelopen drie jaar wat financiën gehad om in veel overleggen zowel in nationaal als in Europees verband de inbreng vanuit de kleine bedrijven te kunnen geven.”

Hebben de Belgen het niet beter voor elkaar, met EUKA en DronePort?

“In het geval van België heeft de overheid flink geïnvesteerd in EUKA. Dat heeft als voordeel dat ze een aantal zaken zeer professioneel kunnen aanpakken. Maar daar staat ook wat tegenover: zo moeten ze bijvoorbeeld wel zorgen voor duurzame arbeidsplaatsen. Ook ben je minder vrij in je doen en laten vanwege de financiële belangen.”

Hoe ziet het overleg met de overheid er eigenlijk uit?

“Eerst was er het sectoroverleg, maar daar is op een gegeven moment de klad in gekomen. Je hebt nu de High Level Meetings en de Expertgroep Drones, waarin Rijkswaterstaat een belangrijke rol speelt. In die overleggen wordt veel behaald maar er is nog te weinig samenhang tussen die overleggen. Ik was altijd voorstander van een Dutch Drone Council, waarin alle overleggen tezamen komen en wat meer body krijgen. Maar ik ben op een gegeven moment maar opgehouden om daarvoor te lobbyen want het kwam er toch niet van.”

Werkte de overheid een beetje mee?

“Er is veel bereikt, maar er zijn ook dossiers die maar blijven voortslepen. Test- en democentra blijven een lastig verhaal: het kost gigantisch veel moeite om ervoor te zorgen dat er op diverse plekken meer uitgeprobeerd mag worden, denk aan BVLOS vliegen, nachtvliegen, boven bebouwing vliegen. Maar ondanks eerdere beloften vanuit het ministerie kwam er geen goedkeuring voor het BVLOS-scenario op een testcentrum. Personeelstekort bij de ILT ok, maar wees dan wat realistischer in je politieke uitingen.”

Hoe denk je over de invoering van de Europese drone-regelgeving?

“Er is in korte tijd heel veel werk te verzetten door de overheden. Met het Drone REGIM (regulation implementation) initiatief geven we vanuit de Europese landen met veel vrijwilligers input aan dit proces. Het tempo van de invoering van de Europese regelgeving wordt toch bepaald door het traagste jongetje in de klas. Er zijn een paar lidstaten die het misschien wel redden om op tijd klaar te zijn, maar het merendeel loopt achter. Er zijn in de wandelgangen zelfs geluiden om de invoerdatum van 1 juli toch te verzetten. Maar dat levert weer heel andere problemen op. Ik zou er niet op rekenen.”

Wat denk je dat er op 1 juli gaat gebeuren?

“In eerste instantie zal er misschien nog niet eens zoveel veranderen. Het zal nog wel even duren voordat bedrijven beseffen wat er dan allemaal mogelijk is. Wat de hobbyisten betreft vraag ik me af dat er een run komt op de opleidingen. De serieuze vliegers zullen hier zeker mee aan de gang gaan, maar hoe groot die groep precies is dat is verre van duidelijk. Sowieso is de drone-hype wel voorbij, waar het de recreanten betreft.”

En de professionals? Hoe bereiden die zich voor?

“Niet voor niets investeren de professionals nu volop in het huidige ROC-light en ROC, als ware het een ‘reddingsboei’ – je kunt niet anders vanuit het perspectief van bedrijfsvoering, dan moet je weten hoe het geregeld is en erop kunnen vertrouwen dat je kunt blijven werken op de manier die je gewend was.”

Vind je dat er teveel aandacht is voor veiligheid?

“Ondanks alles is er maar weinig echt misgegaan met drones. Natuurlijk zijn er flink wat voorvallen geweest, maar er zijn eigenlijk geen grote ongelukken voorgekomen. Wat dat betreft ben ik wel positief over de toekomst, qua veiligheid. Het zal meer gaan over overlast of privacy en daarmee over de publieke opinie ten aanzien van drones.”

Ben je nooit bang voor de negatieve uitwassen van drones?

“Ik heb mij er vaak over verbaasd dat er in onze contreien nog nooit drones zijn gebruikt voor het plegen van aanslagen of andere ellende. De anti-drone techniek ontwikkelt zich snel, maar staat feitelijk nog in de kinderschoenen. De sector zou er zeker onder te lijden hebben als er iets naars gebeurt. Ik ben hier niet zo positief over.”

Wat ga je na 1 maart doen? Stap je helemaal uit de dronesector?

“Ik heb wel overwogen om helemaal uit de sector te stappen. Maar ik ben nu 62, ik zie mezelf ook niet helemaal opnieuw beginnen in een andere tak van sport. Daarom heb ik besloten om toch iets met drones te blijven doen. Er zit een mooie stap in de pijplijn, echter moeten eerst de betrokken nog direct ingelicht worden voordat ik het publiek kan maken. Ik kan me ook wel voorstellen dat ik iets ga doen op het vlak van trainen en opleiden, ik vind het leuk kennis over te dragen. Of misschien een rol spelen bij één van de test- en democentra, ik word nog altijd warm van innovatie en nieuwe toepassingen, dingen verder brengen qua techniek en procedures. Maar dan wil ik wel graag wat meer focus aanbrengen in mijn werk dan mogelijk was in mijn brede rol als voorzitter van DARPAS.”

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over een volledige ROC vergunning.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier