NLR start opleiding voor vliegen met drones boven de 25 kg

Dronepiloten die willen gaan vliegen met onbemande systemen boven de 25 kilogram – zowel multirotors als fixed-wing toestellen – kunnen sinds kort terecht bij het Drone Centre van Koninklijke NLR voor de benodigde theorie- en praktijkopleiding. Tijdens de opleiding staat het soort operatie dat de cursist wil gaan uitvoeren centraal.

Gewichtsklasse 25 tot 150 kg

De nieuwe opleiding is een vervolg op de reguliere RPA-L opleiding (voor toestellen tot 25 kg), waarvoor men ook bij NLR terecht kan. De 25+ kg training is gericht op ROC-operators die willen gaan vliegen met onbemande luchtvaartuigen in de gewichtsklasse 25 tot 150 kg. Het kan daarbij gaan om helikopters en multirotors (H), vliegtuigen (A) of overige luchtvaartuigen (OA).

Tot nu toe was er in Nederland geen cursusaanbod voor deze specifieke gewichtscategorie. Maar vanwege een groeiende behoefte heeft NLR werk gemaakt van een 25+ kg RPAS opleiding. Deze is bedoeld voor dronepiloten die al in het bezit zijn van een RPA-L. De opleiding bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel en wordt verzorgd vanuit het NLR Drone Centre bij Marknesse.

Heel ander vlieggedrag

Matthijs van Essen, Project Engineer bij NLR, is als instructeur verbonden aan de opleiding. “De focus ligt niet zozeer op het leren besturen van een drone, maar op de omgang met een zwaarder toestel. Er komen andere risicofactoren bij kijken. In het geval van fixed wings moet je een TUG-ontheffing aanvragen bij de provincie. Je hebt namelijk een start- en landingsbaan nodig. Eigenlijk kun je beter spreken van een afgeschaald bemand vliegtuig dan van een opgeschaalde drone.”

Ook het vliegen met een groot formaat multirotor is volgens Van Essen heel anders dan met een klein formaat drone. “Er zijn sowieso maar weinig toestellen die je kant en klaar kunt kopen met een startgewicht van boven de 25 kg. Het is moeilijk om een toestel te maken met zo’n gewicht dat goed vliegt. Zeker bij grotere snelheden, bij wind of met zwaardere payloads krijgt de autopilot het moeilijk en dat moet je goed kunnen ondervangen. Vortex ring state bijvoorbeeld komt bij kleine drones bijna nooit voor, maar bij grotere multirotors wel.”

(foto © Koninklijke NLR)

Theoriedeel

Het theoriedeel start met een opfriscursus vluchtvoorbereiding, omdat dit een essentieel onderdeel is bij het vliegen met zwaardere drones. Daarna volgt een theoriemodule die gericht is op operaties met drones van 25+ kg. Daarbij komt zowel het vliegen met fixed wings als met rotary wings aan de orde. Al tijdens het theoriedeel gaat de docent specifiek in op het type missie en toestel die de klant voor ogen heeft.

Daarna komt de aankomende EASA regelgeving aan bod. Omdat er in de meeste gevallen sprake zal zijn van operaties in de Specific categorie wordt de SORA methodologie behandeld, waarmee men het risico van de operatie kan leren bepalen. Ook de Certified categorie komt aan bod, indien er sprake is van vluchten boven bebouwing of buiten het zicht (BVLOS).

Praktijkdeel

Voor aanvang van het praktijkgedeelte wordt de cursist eerst gevraagd om te vliegen met een klein oefentoestel van NLR, om zodoende een indruk te krijgen van het ervaringsniveau. Cursisten die uiteindelijk met een multirotor gaan vliegen moeten even met een helikopter vliegen, dat komt qua moeilijkheid beter overeen met het vliegen met een grote multirotor drone.

De tweede dag vangt aan met het gezamenlijk opstellen van een vluchtvoorbereiding. Daarna gaat de cursist vliegen met het eigen toestel. Eerst hoveren, dan rustig opbouwen. In het geval van een fixed wing wordt er geoefend met een afgebroken landing en touch&go. Ook wordt er geoefend met het overnemen van een automatisch uitgevoerde vlucht. De bedoeling is dat de cursist de operatie traint zoals deze uiteindelijk wordt uitgevoerd.

(foto © Koninklijke NLR)

Vliegen klein onderdeel

Van Essen: “Het gaat bij het praktijkdeel maar voor een klein deel om het kunnen vliegen zelf. Er gaat veel meer aandacht uit naar het werken met checklists, de vluchtvoorbereiding en onderlinge communicatie. Eigenlijk is het vliegen zelf maar een heel klein onderdeel van de hele operatie, mede omdat we ervan uit gaan dat de cursist dit al beheerst. De meeste tijd gaat zitten in de vluchtvoorbereiding.”

Idealiter traint de cursist met een eigen toestel. Die kan desgewenst eerst bij NLR gekeurd worden, omdat het toestel in principe wel een s-BvL moet hebben voordat ermee gevlogen wordt. Desnoods kan NLR voorzien in een oefentoestel. In het geval van een multirotor training gaat het om een Gryphon X8 van 40 kg. Als trainingstoestel voor fixed wing vluchten gaat het om een gemodificeerde Mugin met 3,6 m spanwijdte en een gewicht van 28 kg.

(foto © Koninklijke NLR)

Certificaat

Wie de opleiding goed doorloopt, ontvangt van NLR een certificaat waarop aangegeven is met welk toestel men gevlogen heeft. Daarmee kan de cursist bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een aantekening op het RPA-L aanvragen.

Van Essen benadrukt het exploratieve karakter van de opleiding. “Ook voor NLR is dit relatief nieuw. We horen graag ervaringen terug van cursisten. Op dit moment zijn er nog maar weinig operators die willen vliegen met drones die meer wegen dan 25 kg. Denk aan ROC operators die een zware lidar de lucht in willen krijgen. Ook zijn er klanten bezig met toepassingen op het vlak van Urban Air Mobility. Denk aan drone delivery.”

Vliegen in het buitenland

De opleiding is niet alleen uniek voor Nederland. Van Essen: “In het buitenland zijn er ook bijna geen opleiders voor deze klasse drones. Met het opschalen van drones is er veel kennis nodig van de bemande luchtvaart. Die kennis is van oudsher aanwezig bij NLR en komt hierbij goed van pas. Zeker bij UAM, of de piloot nu wel of niet in het toestel zit.”

Waarschijnlijk zullen veel vluchten uiteindelijk in het buitenland worden uitgevoerd, zeker als het gaat om fixed wings. “Ook met de Europese regelgeving blijft het hoogteplafond van 400 ft een belangrijke limiet. Dat is eigenlijk te laag om zinvol met grotere fixed wings te kunnen vliegen. En bij onbemande luchtvaart is er toch een spanningsveld met bemande luchtvaart”, aldus Van Essen.

Kijk voor meer informatie over de diensten die NLR levert aan professionele dronevliegers op nlr.nl/dronecentre.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over het ROC-light. In het najaar van 2018 was Wiebe als coach&jurylid verbonden aan het tv-programma 'Drone Masters'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier