FAA komt met richtlijnen voor Remote ID en dronevluchten boven mensen

De Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA heeft richtlijnen gepubliceerd met betrekking tot het op afstand kunnen identificeren van drones en de bijbehorende dronepiloten. In de toekomst moeten alle drones in de VS zwaarder dan 250 gram een ID uitzenden. Daarvoor is geen internetverbinding vereist. Ook gaat de FAA nachtelijke dronevluchten en dronevluchten boven mensen mogelijk maken.

Remote ID

De bedoeling van Remote ID is dat in de toekomst op afstand uitgelezen kan worden van wie een bepaalde drone is (Operator ID), wat de actuele posities van de drone en de controller zijn en wat het serienummer van de drone is. Dat is niet alleen van belang ten behoeve van de handhaving, ook is een dergelijk systeem in de toekomst nodig om onbemande luchtverkeer veilig te integreren met het bemande luchtverkeer.

De publicatie van de definitieve Remote ID Rule heeft jaren op zich laten wachten. Niet alleen raakten de verschillende stakeholders het maar niet eens over de technische wijze van implementatie, ook kwamen er maar liefst 53.000 reacties binnen op de conceptregeling zoals die vorig jaar naar buiten werd gebracht.

Network ID vs. Broadcast ID

Eén van de heetste hangijzers betrof de voorgenomen verplichting om alle drones in de toekomst continu in verbinding te laten staan met centrale cloudservers. Die techniek staat ook wel bekend als ‘Network Remote ID’. Dronepiloten vreesden echter hoge kosten voor de bijkomende mobiele dataverbindingen. Bovendien voorzag men problemen in het geval van locaties zonder mobiel bereik of een haperende cloudverbinding. Er kwam dan ook veel kritiek op dit voornemen.

In plaats daarvan heeft de FAA gekozen voor een techniek die ook wel bekend staat als ‘Broadcast Remote ID’. Hierbij zendt de drone de Remote ID-gegevens uit door middel van een laagvermogen radioverbinding, zoals Bluetooth of Wifi. Dit signaal kan in een straal van enkele kilometers worden opgepikt door speciale ontvangers in het bezit van handhavers. Ook behoort een ‘drone radar’ app tot de mogelijkheden, zodat burgers kunnen zien wat voor drones er in hun buurt rondvliegen, zonder daarbij inbreuk te maken op de privacy van de dronepiloot.

Het feit dat de FAA heeft gekozen voor een Broadcast ID-oplossing is een flinke tegenslag voor onder andere telecombedrijven. Die zagen in Network ID een uitgelezen kans om veel extra data-abonnementen te verkopen. Ook verschillende leveranciers van Unmanned Traffic Management (UTM)-systemen die lobbyden voor Network ID zullen niet blij zijn met de beslissing van de FAA.

Een nadeel van Broadcast ID is dat het moeilijker wordt om een gecentraliseerde database in te richten waarin alle onbemande vliegbewegingen worden bijgehouden. Maar mogelijk komen er te zijner tijd grondstations die de lokale radiosignalen oppikken en deze doorsturen naar centrale servers (relaying). Op die manier kan er alsnog voor gezorgd worden dat er boven steden of in CTRs toch een beter beeld komt van al het aanwezige onbemande luchtverkeer.

Implementatie

Dronefabrikanten krijgen van de FAA 18 maanden de tijd om hun drones geschikt te maken voor de nieuwe techniek. Daarna hebben drone-operators nog 12 maanden de tijd om de techniek te gaan gebruiken. Dat betekent dat uiterlijk medio 2023 alle drones boven de 250 gram in de VS voorzien moeten zijn van de Remote ID-functionaliteit.

Mogelijk kunnen bestaande drones (waaronder die van marktleider DJI) softwarematig geschikt gemaakt worden voor de nieuwe Remote ID-standaard, omdat de meeste recente drones al een vergelijkbare functionaliteit aan boord hebben. Grotere onbemande systemen die in gecontroleerd luchtruim vliegen zullen voorzien moeten zijn van een ADS-B ‘out’ transponder.

Voor drones zonder enige vorm van draadloze identificatie aan boord en modelvliegtuigen komen er Remote ID Broadcast Modules op de markt. Dit is een soort van ‘black box’ die de vereiste gegevens uitzendt. Ook komen er door de FAA aangewezen gebieden (FRIA’s) waar onbemande luchtvaartuigen vrijgesteld zijn van de verplichting om Remote ID te hebben. Denk daarbij aan modelvliegvelden, vliegscholen en testcentra.

Nachtvluchten en vluchten boven mensen

Samen met de Remote ID Rule heeft de FAA ook een Operations Over People and at Night Rule gepubliceerd. Hierin staan richtlijnen waar zogenaamde Part 107-operators aan moeten voldoen om nachtvluchten uit te mogen voeren en om met drones boven mensen te mogen vliegen.

Met name dat laatste is van belang voor de verdere ontwikkeling van de Amerikaanse dronesector. De verwachting is dat onder andere drone delivery in stedelijke omgevingen mogelijk wordt als gevolg van de nieuwe regelgeving.

Relatie met de EU

Alhoewel de Remote ID-regeling niet direct van toepassing is op dronevliegers buiten de VS, heeft de Remote ID Rule mogelijk toch implicaties voor Europese dronevliegers.

In de EU zullen drones op een goed moment namelijk ook de Operator ID van de piloot moeten gaan uitzenden. De technische werking van het systeem wordt onderdeel van de Cx CE-labels die vanaf 1-1-2023 verplicht worden gesteld. De technische vereisten hiervoor zijn nog niet definitief vastgesteld, maar het lijkt ons goed denkbaar dat de EU voor dezelfde Remote ID-standaard gaat kiezen als die door de FAA is uitgekozen.

(coverafbeelding: Kittyhawk)

 

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over een volledige ROC vergunning.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier