“Dierenleed voorkomen met drones: het werkt, nu de mensen en de middelen nog”

Een drone met warmtebeeldcamera is een ideaal gereedschap om pasgeboren wild op te sporen dat zich verschuilt in hoog gras. Op die manier kan een hoop dierenleed worden voorkomen tijdens het bewerken van het land. Het Kenniscentrum Reeën is daarom op zoek naar zowel vrijwilligers als middelen om in de toekomst nog meer percelen te kunnen ‘scannen’ op reekalfjes en ander wild.

Opsporen per drone

Ieder voorjaar sterven er honderden reekalfjes en andere pasgeboren dieren een gruwelijke dood onder landbouwmachines. Het probleem is dat de dieren de neiging hebben zich te verschuilen in het hoge gras en doodstil blijven zitten zodra er een maaimachine nadert. Ook tijdens andere werkzaamheden zoals ploegen en bemesten raken er vaak dieren gewond, of erger. Vandaar dat er veel interesse is voor methoden om het wild vroegtijdig op te sporen en veilig te stellen. Na het veiligstellen wordt door middel van ‘vreemdmaken’ voorkomen dat de dieren weer terugkeren naar het perceel.

Het te voet schouwen van een stuk land dat op de nominatie staat om bewerkt te worden is een tijdsintensief proces, omdat het hele gebied nauwgezet afgezocht moet worden. Een team van 2-3 personen doet twee hectare per uur. Vanuit de lucht gaat dat veel sneller: al in 2012 werd in Zwitserland aangetoond dat het prima mogelijk is om zich verschuilende reekalfjes en ander wild op te sporen door middel van een drone met warmtebeeldcamera. Eén piloot en een observator kunnen op die manier 10 hectare per uur bestrijken.

Bemoedigende resultaten

De succesvolle proef in Zwitserland was aanleiding voor Herzo van der Wal van stichting Kenniscentrum Reeën om in 2016 contact te zoeken met DronExpert. Van der Wal: “Dat bedrijf liet toen zien wat de mogelijkheden waren. Dankzij bijdragen van het DiNaMo Fonds, WBE IJssel-Oost, Gemeente Bronckhorst, Prowild en diverse particulieren konden we in 2019 in Vorden en omstreken starten met het opsporen en in veiligheid brengen van beschermde in het wild levende dieren door middel van een drone.”

Maar hoe bemoedigend de resultaten ook zijn, een uit vrijwilligers bestaand droneteam heeft maar een beperkte hoeveelheid tijd, zeker op de piekmomenten eind april, begin mei. Daarnaast is de apparatuur relatief kostbaar. “Daarom ontwikkelde we vanuit het Kenniscentrum Reeën in samenwerking met ons Raad van Toezicht-lid Peter Haas een protocol op basis waarvan we binnenkomende aanvragen beoordelen, om de minder kansrijke missies eruit te filteren”, vertelt Van der Wal.

Een reekalfje wordt zichtbaar op de monitor van de warmtebeeldcamera.

NatuurdroneNetwerk Nederland

Vanwege de complexiteit van natuurbeheer en het belang van samenwerking nam Kenniscentrum Reeën ook het initiatief voor het NatuurdroneNetwerk Nederland. Het idee is dat nieuwe teams elders in het land niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden, maar kunnen leren van de ervaringen van anderen. Denk daarbij niet alleen aan het opdoen van praktijkervaring met het dronevliegen en het voorbereiden van missies, maar ook aan het interpreteren van de warmtebeelden om bijvoorbeeld een reekalfje te kunnen onderscheiden van (bijvoorbeeld) een molshoop, die ook vaak meer warmtestraling afgeeft dan de omgeving.

Die kennisoverdracht vindt onder andere plaats tijdens praktijkdagen bij modelvliegclub ‘De Hoogvliegers’ op Varssel Airport. Van der Wal: “Als gevolg van de coronacrisis is dat helaas tijdelijk stil komen te liggen. Je moet voor zoiets toch fysiek bij elkaar komen, via Zoom werkt het niet. Het streven is om zodra het weer kan vaker van dat soort trainingsdagen te organiseren. Alleen met een theoriebrevet kom je er niet.”

Techniek

Ondertussen staat de techniek bepaald niet stil, weet Haas. “Er zijn zelfs al drones die automatisch de coördinaten van ‘hotspots’ op de grond markeren en doorsturen, zodat een team op de grond meteen kan gaan kijken terwijl de drone nog vliegt. En middels kunstmatige intelligentie is het zelfs mogelijk om die hotspots automatisch te laten classificeren. Zo kun je direct zien om wat voor dier het gaat. Eventueel kun je dan met een zoomcamera ook nog gedetailleerde opnamen maken van de waargenomen hotspots.”

Helaas is dergelijke apparatuur nog erg kostbaar. Van der Wal: “We hebben wel gekeken naar de nieuwe DJI Mavic 2 Enterprise Advanced, maar die kost al 6.000 euro. Daarom werken we nu nog met een oude Phantom 4 Pro en een Inspire 1, waar DronExpert een warmtebeeldsensor onder heeft gemonteerd. Maar op een gegeven moment moeten we toch andere drones kopen, en dan is het maar de vraag of die sensoren daar weer onder passen.”

Mensen en middelen gezocht

Om het NatuurdroneNetwerk Nederland verder te ontwikkelen en vorm te geven is Kenniscentrum Reeën op zoek naar zowel mensen als middelen. “Grondbezitters betalen ons een paar tientjes om een perceel te checken. Daarvan kunnen we net de operationele kosten betalen. De rest is vrijwilligerswerk. Van die bijdragen kunnen we dus niet groeien. We zijn daarom op zoek naar financiële ondersteuning, liefst op structurele basis. Bijvoorbeeld in de vorm van subsidies of sponsoring vanuit grote loonwerkbedrijven, of een partij als Campina. Ook hopen we dat er zich vanuit het hele land meer vrijwilligers aansluiten bij het NatuurdroneNetwerk Nederland”, aldus Van der Wal.

Naast de groei van het eigen netwerk ziet Van der Wal graag dat er bruggen worden geslagen naar andere natuurliefhebbers die drones inzetten voor beheertaken. “Er wordt inmiddels ook volop gebruik gemaakt van drones om nesten van weidevogels op te sporen. Met nieuwe initiatieven komen we graag in contact, zodat we van elkaar kunnen leren. Verder willen we graag een brug slaan naar bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Vanuit hun zorgplicht kan het niet anders dan dat ze interesse hebben in wat wij ontwikkelen. Ook zou ik graag zien dat er beter contact komt vanuit de dronesector met de overheid, bijvoorbeeld als het gaat over het gebruik van drones boven natuurgebieden.”

Wil jij een bijdrage leveren aan het werk van Kenniscentrum Reeën en specifiek de verdere ontwikkeling van het NatuurdroneNetwerk Nederland, als vrijwilliger of in de vorm van financiële ondersteuning? Neem dan contact op met Stichting Kenniscentrum Reeën.

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is gecertificeerd (RPA-L) dronepiloot en beschikt over een volledige ROC vergunning.

3 gedachten over ““Dierenleed voorkomen met drones: het werkt, nu de mensen en de middelen nog”

  • 7 april 2021 om 19:49
    Permalink

    Hier een paar jaar geleden al mee bezig geweest maar kansloos. Het is te duur, je zit met beperkte tijden waarin je kan vliegen met een warmtebeeld i.v.m. de techniek, het moet adhoc en het vervelende is dat veel natuurgebieden grenzen aan nofly zones en vergunningsaanvragen duren te lang.
    Als voorbeeld, deze ochtend om 5 uur zijn er al groepen gaan lopen voor het opsporen omdat dit zo gepland is. Rond deze tijd is de zon nog niet op en mag je nog niet vliegen. Daarnaast zal dit ook erg lastig zijn met dit weer en de harde wind.

    Beantwoorden
  • 9 april 2021 om 15:40
    Permalink

    Bijzonder. Vele beheerders (boswachter) hebben de argumenten van verstoring van het wild als reden om het luchtruim boven natuur gebieden dicht te houden.
    En dan zou voor deze opsporingsacties wel kunnen? Meten met 2 maten is mijn gevoel..

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier