Limiet op gelijktijdige dronevluchten in CTR zet nieuwe rem op dronesector

Drone-operators die dronevluchten willen uitvoeren in het gecontroleerde luchtruim rondom luchthaven Schiphol lopen steeds vaker tegen de limiet aan op het aantal gelijktijdig toegelaten dronevluchten. Aanvragen worden afgewezen en soms wordt op het laatste moment geen klaring gegeven, waardoor voorgenomen vluchten niet door kunnen gaan. Uiteindelijk moet U-space soelaas bieden, maar dat is geen kortetermijnoplossing.

Gecontroleerde vluchten

Een groeiend aantal drone-operators in de Specific categorie mag dronevluchten uitvoeren in civiele CTR’s, zoals die van Schiphol. Maar omdat dronevluchten in Nederland gelijk worden gesteld aan VFR-vliegverkeer, moeten volgens de wet alle dronevluchten in een CTR actief gecontroleerd worden door een luchtverkeersleider.

De luchtverkeersleiding heeft echter een beperkte capaciteit. Om die reden is er een limiet gesteld op het aantal dronevluchten dat gelijktijdig kan plaatsvinden. Woordvoerster Anneroos van Eijk van LVNL licht toe waarom dat is: “Een drone is voor de luchtverkeersleider op de toren niet te zien, waardoor procedurele separatie met ander vliegverkeer nodig is. Het aantrekkende vliegverkeer en het feit dat visuele separatie niet mogelijk is, brengt meer werklast voor de luchtverkeersleider met zich mee waardoor we restricties moeten stellen aan het aantal dronevluchten tegelijkertijd in de CTR.”

Bottleneck

Hoeveel dronevluchten er gelijktijdig kunnen plaatsvinden, is afhankelijk van de drukte. In Schiphol CTR 1 geldt een maximum van één drone en één hulpdienstdrone per verkeerstoren tegelijkertijd. Als alleen Toren Centrum operationeel is, dan kan er op enig moment dus maar één commerciële dronevlucht plaatsvinden. Als Toren West (naast de Polderbaan) ook actief is, geldt er een maximum van twee commerciële dronevluchten tegelijkertijd in de CTR van Schiphol.

Doordat er steeds meer drone-operaties plaatsvinden in de CTR van Schiphol (waaronder een groot deel van Amsterdam, Haarlem, Hoofddorp en Amstelveen vallen), wordt de capaciteit steeds vaker bereikt met als gevolg dat pre-autorisaties – soms op het laatste moment – worden afgewezen. Dat betekent dat filmopnames, fotografieklussen of inspecties dan geen doorgang kunnen vinden. Het gevolg is dat operators in de knoei komen met hun planning, of zelfs opdrachten moeten annuleren en inkomsten mislopen. Het helpt niet mee dat sommige collega-dronebedrijven soms hele dagen ‘blocken’.

Reacties vanuit de branche

Jorrit Pit (AerialLive): “Ik wilde onlangs voor de Gemeente Amsterdam een shoot bij de Zuidas inplannen. Deze shoot moest op een bepaalde dag plaatsvinden. Helaas waren er al twee andere drones ingepland die dag. En dus kon de shoot niet doorgaan. Ik ben blij met de verruimde mogelijkheden om vluchten in CTR’s uit te voeren, maar als er dan vervolgens geen capaciteit is om deze vluchten te coördineren, dan heb ik daar alsnog weinig aan.”

Ook Dronewatch liep onlangs tegen de limiet aan. Kort na het aanvragen van een pre-autorisatie voor een korte fotovlucht boven Rijnsaterwoude, op 15 km afstand van Schiphol, kwam er een mail vanuit LVNL: “Helaas kunnen we deze aanvraag wegens het bereiken van het maximum aantal toegestane drone operaties in EHAM CTR niet accepteren. Wellicht kunt u deze aanvraag voor een andere dag aanbieden.”

Bij branchevereniging DCRO klagen ook steeds meer operators over afgewezen autorisaties. Voorzitter Martijn Arkesteijn: “Onze leden signaleren en registreren deze bottleneck steeds vaker. We vinden dit ook een onwenselijke situatie, maar denken proactief mee met LVNL.”

Steeds vaker worden verzoeken voor pre-autorisaties in GoDrone afgewezen.

Oplossingsrichtingen

Een oplossing zou kunnen zijn om al het droneverkeer automatisch af te laten handelen, door middel van Unmanned Traffic Management (UTM). Maar zover is het nog lang niet, beaamt ook Martijn Arkesteijn: “Uiteindelijk moeten U-space en UTM uitkomst bieden, maar dat gaat nog wel even duren en is nu geen oplossing.”

Is meer capaciteit op korte termijn dan de oplossing, om zodoende de werklast bij LVNL te verlagen? Ruben de Lange (Vortex Technology Services) vindt van niet: “Het probleem is eigenlijk dat de CTR’s vanuit het oogpunt van een drone-operator veel te groot zijn gedefinieerd, en direct boven AGL beginnen. Voor iedere vliegbeweging moeten we een klaring aanvragen bij LVNL, wat een enorme werkdruk veroorzaakt, terwijl wij zeker op zeer lage vlieghoogte (tot 50 meter) geen ander vliegverkeer tegenkomen. Een oplossing is wellicht om drone-operators te vragen om wel de radio uit te luisteren, maar tot bijvoorbeeld 50 meter AGL geen klaring te vereisen. Ik denk dat dit voor heel veel dronewerk al enorm veel geld en werkdruk scheelt.”

Arkesteijn ziet voor inspectievluchten een mogelijke deeloplossing in het vrijstellen van atypical airspace. “Om ook de inspecties van objecten, zoals opslagtanks en woningen mogelijk te maken, zouden deze vluchten als atypical gekenmerkt kunnen worden. Hiertoe mag de drone niet verder dan op dertig meter afstand van het object vliegen, maar dit past prima in het kader van inspecties. In Duitsland wordt er al uitgebreid getest met dit model.”

Wiebe de Jager: “Nederland zou een voorbeeld kunnen nemen aan andere EU-landen. Zo kreeg ik laatst de vraag om droneshots te maken nabij een grote luchthaven in Tsjechië. Daar mag je zelfs in de Open categorie op 5,5 km afstand van de luchthaven tot 100 meter hoog vliegen. Waarom kan het daar wel, en doen we hier zo moeilijk, vraag ik me dan af. We hadden toch uniforme Europese regels?”

Spanningsveld

LVNL erkent dat er sprake is van een spanningsveld, maar zegt te werken aan verbeteringen. Van Eijk: “LVNL is zich zeer bewust van de vraag en de kansen. We faciliteren waar we kunnen. Tot de komst van U-space en het kunnen delegeren van lager luchtruim aan een USSP, blijft er voor elke luchtverkeersleidingsorganisatie een spanningsveld tussen veiligheid, capaciteit, het waarnemen van drones, communicatie met de operator, het financieringsmodel van gecontroleerde drone-operaties en regelgeving die niet is toegesneden op deze nieuwe categorie CTR-verkeer. Zowel nationaal als internationaal probeert LVNL hierin verbetering te krijgen. We nemen deel aan diverse gremia om zaken te beïnvloeden.”

(coverfoto: Atamari, CC-BY-SA / screenshot GoDrone)

Wiebe de Jager

Wiebe de Jager (@wdejager) is oprichter van Dronewatch en auteur van de boeken Dronefotografie en Dronevideo's maken. Wiebe is A1/A2/A3 gecertificeerd dronepiloot en beschikt over een exploitatievergunning voor de Specific categorie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Vul hieronder je gegevens in en blijf op de hoogte.

Open nieuwsbrief aanmeldformulier