Experimentele drone-transportvlucht naar Texel lastminute gecanceld, toch veel geleerd

Laaghangende bewolking zorgde ervoor dat een experimentele transportvlucht met een drone vanaf Den Helder naar Texel woensdagochtend niet door kon gaan. Dit tot grote teleurstelling van de belangstellenden die op de demonstratie af waren gekomen. Maar dankzij een aantal presentaties over de kansen en uitdagingen van drone delivery ging het publiek toch geïnspireerd naar huis.

Offshore drone delivery

Is het mogelijk om met een drone offshore transportvluchten uit te voeren? Wat moet er gebeuren om dat technisch en procedureel mogelijk te maken? En hoe ziet de integratie van drone delivery in bestaande logistieke processen eruit? Allemaal vraagstukken die aan bod komen bij het Long Distance Cargo Drone Delivery-project, uitgevoerd bij innovatiecentrum METIP in de Kop van Noord-Holland.

Wat blijkt uit onderzoek door drone-operator en METIP-partner DroneQ Robotics: bijna 40% van de pakketten die nu nog door helikopters worden vervoerd van en naar platformen en schepen op zee komt in aanmerking voor drone delivery. “Het gaat daarbij niet alleen om belangrijke documenten, reserveonderdelen of spoedeisende medicatie: rond sinterklaas worden er ook wel eens chocoladeletters per helikopter overgevlogen. Dat kost niet alleen heel veel geld, het is ook niet bepaald duurzaam”, vertelt John Troch, directeur van DroneQ Robotics.

Om die reden werkt DroneQ Robotics in samenwerking met AirHub vanuit het Maritime Drone Initiative van METIP aan het mogelijk maken van offshore drone-transporten. Drones kunnen dergelijke transporten voor een fractie van de prijs en bovendien veel energiezuiniger uitvoeren. Zeker als de drones op een goed moment automatisch gaan vliegen: dan is er ook geen piloot meer nodig. Maar voordat drones daadwerkelijk ingezet kunnen worden moet er nog veel getest worden. Door bijvoorbeeld over zee naar een Waddeneiland te vliegen.

Projectmanager John Spee heet de aanwezigen welkom op de METIP offshore drone delivery demodag.

Demonstratievlucht

Tijdens een demonstratie op woensdag 3 augustus was het de bedoeling dat belangstellenden konden zien hoe een vertical take-off and landing (VTOL) drone met een kleine lading aan boord zou opstijgen vanaf de kust bij Den Helder, om daarna richting het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel te vliegen. Om daarna terug te keren met een andere lading aan boord. Dit in goed overleg met onder andere de Inspectie Leefomgeving en Transport en de militaire luchtverkeersleiding, gezien de nabijheid van vliegkamp De Kooy.

De vlucht zou worden uitgevoerd onder de extended visual line of sight (EVLOS)-procedure van DroneQ Robotics. Daartoe waren er observers op de Razende Bol (de zandplaat in het Marsdiep) en op de eindbestemming gestationeerd. Er was een NOTAM ingediend en op het laatste moment werd er nog een andere vliegroute gekozen, omdat er volgens een oude regel geen burgerluchtverkeer onder de 450 meter mag vliegen boven de Waddenzee. Die regel geldt ook voor drones, en daar bleek geen ontheffing op mogelijk te zijn. Een traject links langs de Razende Bol bracht uitkomst.

Maar op het laatste moment verleende de luchtverkeersleiding toch geen toestemming voor de dronevlucht. Laaghangende bewolking gooide roet in het eten: daardoor zou ander luchtverkeer de drone niet kunnen waarnemen, en kon er niet gevlogen worden volgens de zogenaamde visual flight rules (VFR). “Er is 99,9% kans dat het goed gaat, maar we nemen toch het zekere voor het onzekere, en we willen niet het hele luchtruim dichtgooien”, lichtte Jan Verest, Hoofd Luchtverkeersleiding Maritiem Vliegkamp de Kooy de beslissing toe.

Toch waren de toeschouwers niet voor niets naar Den Helder afgereisd. Voorafgaand aan de demonstratievlucht was er namelijk ruimte ingebouwd voor een aantal presentaties. Niet alleen over de voorgenomen demonstratie en de toekomstplannen, maar ook over de praktische voorbereiding van zo’n vlucht. In de zaal zaten onder andere vertegenwoordigers van de Kustwacht, Rijkswaterstaat, ANWB en mensen uit de offshoresector.

Belangstellenden luisteren naar presentaties tijdens de METIP demodag.

Vluchtvoorbereiding in het Drone Operations Center

Het doel is om drone delivery-vluchten automatisch uit te voeren. Thomas Brinkman liet zien hoe het aanmaken van een transportvlucht in het door AirHub ontwikkelde Drone Operations Center in zijn gang gaat. Dat begint met het tekenen van de uiterste grenzen waarin de dronevlucht zich zal afspelen, de zogenaamde geofence. Daarna kan de te vliegen route worden ingetekend. Het systeem laat daarbij zien of er eventuele vliegrestricties van kracht zijn. Daarna wordt de vlucht toegekend aan de verantwoordelijke piloot en de juiste drone. Na het succesvol doorlopen van de compliance check kan de vlucht worden uitgevoerd.

Tijdens het uitvoeren van een vlucht is het mogelijk om handmatig de controle over te nemen en live de camerastream vanuit de drone te bekijken. Ook kunnen in het dashboard videostreams uit andere bronnen bekeken worden, zoals bodycams. “Met name hulpdiensten zijn geïnteresseerd in die feature”, zegt Brinkman.

In de toekomst zal het ook mogelijk zijn om de uit te voeren vlucht voor te leggen aan de luchtverkeersleiding, indien er sprake is van gecontroleerd luchtruim. Die kunnen dan direct toestemming verlenen, of een vluchtplan afwijzen als de omstandigheden dat vereisen. Maar zo ver is het nog niet, benadrukt Brinkman: “Eerst moet U-space worden ingevoerd, en dat kan nog wel even duren.”

Een dronevlucht voorbereiden in het Drone Operations Center van AirHub.

Toekomst

Ondanks de pech met de demovlucht is John Troch optimistisch over de toekomst. “We moeten eerst leren kruipen voordat we kunnen rennen. Dus we zetten kleine stappen. Niet alleen willen we onderzoeken hoe de drones zich houden onder maritieme omstandigheden, ook moeten we ervoor zorgen dat drone delivery goed geïntegreerd wordt in de logistieke processen. Dat vergt training, nieuwe procedures en een cultuuromslag. Uiteindelijk willen we met een drone dagelijks naar platform L10-A gaan vliegen. Ook dronevluchten naar schepen en windmolenparken staan op het programma.”

Veiligheid staat bij dit alles voorop. Om die reden worden alle vluchten eerst in een simulator uitgevoerd. Daarna wordt er getest met de PW-ONE, een VTOL fixed-wing multirotor van Phoenix Wings. Dat is een relatief goedkoop en lichtgewicht toestel. Pas in een later stadium zal er getest worden met een productietoestel, die zwaardere payloads kan meenemen, naast 4G/5G ook beschikt over satellietcommunicatie en een groter bereik heeft.

Op het gebied van regelgeving moet er nog wel een en ander gebeuren, benadrukt Troch. Zo is het buiten het zicht vliegen (BVLOS) nog altijd een lastige horde. “Ik doe daarom een appèl op de overheid om ons te faciliteren en te stimuleren, en niet alleen strikt de regels te handhaven. We willen graag samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport optrekken om de voorwaarden te scheppen waaronder er meer kan.”

John Troch van DroneQ Robotics geeft uitleg over drone delivery.

Adverteerder

Af en toe lees je op Dronewatch gesponsorde artikelen of advertorials, afkomstig van (of geschreven in opdracht van) externe partijen. Ben je ook geïnteresseerd om een advertorial te plaatsen op Dronewatch? Neem dan contact op.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Fotografeer Nederland vanuit de lucht en maak kans op een DJI Mini 3 Pro!

Wil jij kans maken op een DJI Mini 3 Pro inclusief DJI RC? Doe dan mee aan de fotowedstrijd MijnBesteDroneShot.

Stuur vóór 9 september tot 3 dronefoto's van Nederland in. De jury verkiest 2 winnende foto's: één voor de categorie tot 16 jaar en één voor de categorie 16 jaar of ouder. Beide winnaars ontvangen een drone!