TU Delft zet stap naar drone die zelfstandig drugslab verkent of vermiste persoon opspoort
De TU Delft heeft in samenwerking met het Nationaal Politie Lab AI (NPAI) een belangrijke stap gezet richting de ontwikkeling van autonome drones die een ruimte veilig kunnen verkennen zonder uitgebreide menselijke interventie. Deze technologie, die al vier jaar in ontwikkeling is, biedt enorme potentie voor het veilig en efficiënt verkennen van risicovolle en moeilijk bereikbare omgevingen, zoals drugslabs en gebouwen met gevaarlijke stoffen.
Verkenning van risicovolle omgevingen
Drones worden steeds vaker ingezet voor het opsporen van vermiste personen en het verkennen van gevaarlijke locaties. Momenteel vereist de bediening van drones vaak de inzet van meerdere operators, maar de TU Delft en NPAI richten zich op het vereenvoudigen van dit proces.
“Momenteel zijn er drie operators nodig om een drone te besturen. Wij ontwikkelen technologie die de bediening eenvoudiger maakt, zodat minder mensen nodig zijn,” zegt universitair hoofddocent Javier Alonso-Mora op de website van de universiteit. “Daarnaast verkleinen we het risico voor politiepersoneel doordat ze met autonome drones op afstand locaties kunnen verkennen,” voegt universitair docent Laura Ferranti toe.
Zelfstandig navigeren en obstakels vermijden
Het ontwikkelde systeem maakt gebruik van geavanceerde navigatie- en besturingsalgoritmen waarmee drones zelfstandig een onbekende ruimte kunnen verkennen. Wanneer een drone een gebouw binnengaat, begint het systeem onmiddellijk met het creëren van een digitale kaart van de omgeving. Deze techniek heet simultaneous localization and mapping (SLAM). De gegenereerde kaart is in realtime zichtbaar voor de menselijke operator, die op deze manier de voortgang kan volgen.
De drone maakt gebruik van ingebouwde camera’s om aanwijzingen te zoeken, zoals het lokaliseren van vermiste personen of gevaarlijke materialen. Bovendien kan de operator de drone helpen bij het versnellen van de verkenning, door feedback te geven op basis van ervaring.
Om de verkenning in complexe omgevingen veilig te maken, hebben de onderzoekers een speciaal navigatiesysteem ontwikkeld. Dit systeem houdt rekening met obstakels, zoals muren, bomen en andere objecten, en is geoptimaliseerd voor de beperkingen van de hardware. Naast de software-innovaties heeft het team ook de hardware van de drones aangepast om aan de technische eisen van de politie te voldoen.

Tests en de volgende stappen
De tests voor dit onderzoek worden uitgevoerd in het Mobile Robotics Lab van de TU Delft, waar de drones hun capaciteiten in realistische scenario’s ondergaan. De technologie is veelbelovend, maar er is nog werk te verrichten voordat de drones operationeel kunnen worden ingezet.
Momenteel zijn de drones nog afhankelijk van externe camera’s voor lokalisatiedoeleinden, wat problematisch kan zijn in onbekende omgevingen waar zulke apparatuur mogelijk niet beschikbaar is. “We hopen binnenkort te kunnen starten met de ontwikkeling van een nieuw platform om de drones onafhankelijk te maken van extra camera’s,” aldus Ferranti.
Een vruchtbare samenwerking
Dit innovatieve project is het resultaat van een vruchtbare samenwerking tussen de TU Delft en het NPAI. De TU Delft bracht haar expertise op het gebied van bewegingsplanning, besturing en AI-strategieën, terwijl het NPAI bijdroeg met technische kennis en uitdagende testscenario’s.
De technologie heeft de potentie om de politie te voorzien van nieuwe, efficiënte hulpmiddelen voor gevaarlijke verkenningstaken en het verbeteren van de veiligheid van het personeel.
(bron: TU Delft)